In elke gedrukte én digitale editie van BridgeNL buigen bekwame arbiters zich over brandende bridgekwesties. Erik Slump laat in dit e-zine zijn licht schijnen over een lezersvraag.

regels

Spel

Wij bridgen als paar nu zeven jaar en vinden het geweldig om buiten de club ook aan toernooien en kroegendrives mee te doen. We spelen puur voor ons plezier, maar willen er altijd het beste uithalen.

Op toernooien komen we regelmatig paren tegen die met uitgebreide systeemkaarten komen aanzetten. Of ze hebben juist helemaal geen systeemkaart. Dat laatste vind ik kwalijker: alsof je gaat hockeyen zonder dat je een hockeystick meeneemt.

In dertig minuten moet je bovendien vier spellen spelen en er is dan geen tijd om die systeemkaart rustig te bekijken en desnoods met partner wat afspraken te maken.

Hier heb ik een aantal vragen over:

  • Als je een toernooi speelt, kun je niet verwachten dat mensen jouw kaart uitgebreid gaan bestuderen. Zijn er afspraken die je vooraf moet melden aan de tegenpartij?

  • Hoe kunnen mindere goden, zoals ik, het beste hiermee omgaan voordat een ronde begint?

  • Is het een idee dat je als toernooiorganisator beperkingen mag opleggen aan bepaalde conventies?

Op vier spellen komt er uiteraard maar een fractie voor van wat er op de systeemkaart staat, maar toch heb ik er moeite mee. Het zal aan mij liggen, maar soms komen er dingen voor waar ik het bestaan niet van weet. Dat ligt aan mij, maar het plezier neemt daardoor wel af. Dit kan betekenen dat ik alleen maar op de voor mij vertrouwde club moet spelen, maar een beetje de horizon verbreden vind ik wel prettig. Ook het sociale karakter van bridgen speelt een zeer grote rol in mijn leven.

Misschien zeur ik enorm en is dit niet herkenbaar voor veel mensen. Maar juist mensen naar andere omgevingen brengen en met elkaar in contact laten komen, vind ik belangrijk. Bridge is een uitermate geschikte sport om mensen te leren kennen. Hopelijk hebben andere mensen ook wat aan jouw antwoorden op mijn vragen.

VRAAG 1

Arbitrages,
wat is wenselijk?

Erik Slump

Antwoord

Ik snap je verhaal. Laat ik maar beginnen met een aantal impliciete aannames te adresseren. Iedereen bridget voor zijn of haar plezier. Maar waar haal je jouw plezier uit? Voor sommigen is dat het ontmoeten van mensen, voor anderen het puzzelen, voor enkelen het winnen van prijzen, voor een aantal het psychologische aspect, het hebben van mooie verhalen of het bereiken van een steeds hoger niveau en voor weer anderen is het de ultieme mentale uitdaging om het allerbeste resultaat op een spel te halen. Daarom is bridge ook zo’n mooie sport!

Wat impliceert het woord sport? Dat er een uitdaging in zit, al dan niet in wedstrijdvorm. Kun jij je voorstellen dat twee tennissers op de baan staan en de bal alleen maar saai heen en weer slaan, zonder dat iemand probeert een punt te maken? Dat wielrenners zich altijd inhouden, zodat de laatste in het peloton voortdurend bij kan blijven en men elke keer als één groep over de finish komt? Ik in elk geval niet. Dat zou toch dodelijk saai worden?

Je hebt het over toernooien en kroegendrives. Tenzij er een specifieke doelgroep wordt bepaald die mag meedoen, zijn die toernooien en kroegendrives er voor het plezier van iedereen die graag wil bridgen, ongeacht hoe ze sport benaderen. Dat betekent dat je dus mensen kunt tegenkomen die met een andere insteek dan jij aan tafel zitten. Ze komen allemaal voor hun plezier, maar halen hun plezier dus uit verschillende zaken. Je kunt het leuk vinden om nieuwe mensen te ontmoeten, maar ook om eens andere tegenstanders te hebben, om er iets van te leren of gewoon om door een mooi centrum te lopen. Aan tafel moeten we echter wel allemaal respectvol en eerlijk met elkaar omgaan. En daar hebben we dus regels voor.

Eén van die regels behelst het gebruik van systeemkaarten. Tenzij iemand een eigen wedstrijdreglement maakt, ben je verplicht altijd een door de NBB goedgekeurde systeemkaart te overleggen. Dat mag een klein of een groot model zijn. Maar wat is het doel van de systeemkaart? Dat is tweeledig. Enerzijds zorgt de systeemkaart dat je in één oogopslag een beeld kunt krijgen van de belangrijkste kenmerken van het systeem van de tegenstanders. Je kunt dan vooraf nog bepaalde afspraken maken. Bijvoorbeeld: wat doe je tegen een 10-12 SA? Dat hebben niet veel mensen standaard afgesproken. Anderzijds is de systeemkaart ervoor bedoeld om, wanneer een bepaalde biedsituatie zich voordoet, snel die situatie op de kaart te kunnen opzoeken, zodat je weet wat er gebeurt, maar ook wat er nog meer mogelijk was geweest. Dat scheelt veel vragen stellen en dat is gunstig, want in het stellen van vragen schuilt het gevaar van ongeoorloofde informatie overbrengen. Bovendien kun je alvast beginnen je een beeld te vormen van hoe je je hiertegen gaat verdedigen.

Voor twee van de drie biedverlopen heb je zo’n systeemkaart helemaal niet nodig. Bovendien word je door de alerteerregeling door tegenstanders altijd gewezen op ongebruikelijke biedingen en die worden op jouw verzoek ook nog eens uitgebreid uitgelegd. Sterker nog: de alerteerregeling schrijft voor dat je, wanneer jouw systeem regelmatig terugkerende afspraken bevat die niet gebruikelijk zijn, vóór het beginnen met spelen een pre-alert geeft. Wederom is de 10-12 SA daar een goed voorbeeld van. Dat hoor je vooraf aan de tegenstanders te melden, zodat ze daarop bedacht zijn en er, zoals eerder genoemd, snel een afspraak over kunnen maken.

De systeemkaart is dus zeker niet bedoeld om vooraf uitgebreid te moeten gaan bestuderen, en al helemaal niet om uit je hoofd te gaan leren. Zeker de grote systeemkaart hoeft niet zo afschrikwekkend te zijn. Zelf weet ik dat dit voor veel mensen wel het geval is, dus ik heb speciaal voor toernooien en kroegendrives een kleine systeemkaart gemaakt. En zelfs die wordt regelmatig vol afschuw teruggegeven. Dat zorgt er dan ook voor dat veel mensen het maar opgeven om een systeemkaart neer te leggen. Bijna niemand kijkt erop.

Maar goed, als je de grote systeemkaart even in simpele delen bekijkt, dan valt het wel mee. Als de grote systeemkaart netjes in drie delen is opgevouwen, dan staat aan de voorkant een korte samenvatting met de kern van het systeem en een kort lijstje met bijzondere afspraken waarover je misschien even wilt overleggen met jouw maat. Meer hoef je vooraf niet te lezen. De eerste keer dat je leider wordt, draai je de kaart om en dan vind je op de achterkant een samenvatting van de uitkomsten en signalen. Daaronder staan die afspraken in detail uitgewerkt. Je kunt dat lezen of ernaar vragen. De overige info zoek je alleen op als je daar behoefte aan hebt op het moment dat het voorkomt.

Ik hoop hiermee jouw eerste twee vragen afdoende te hebben beantwoord. Dan de laatste vraag: mag je als toernooiorganisator conventies verbieden? Ja, dat mag. Mits je dat maar duidelijk vooraf bij de inschrijving in een reglement hebt vastgelegd. En niet als een paar kleine lettertjes, maar op een manier dat niemand bij de start van het toernooi raar opkijkt. Kijken we even naar voetbal. Je kunt een voetbaltoernooitje spelen op een half veld, vijf tegen vijf zonder corners, met kleinere doelen en zonder buitenspel. Maar je kunt niet normaal spelen als je toestaat dat de spelers ook hands mogen maken en ze de bal niet van elkaar mogen afpakken. Dan blijft er niets over. Met bridge kan dat dus ook.

De BridgeBond hanteert hiervoor een reglement met verboden conventies en systemen. Daar moet iedereen zich aan houden (behalve in enkele Bondsklassen en op internationaal niveau, maar ook daar zijn enige beperkingen van toepassing). Daar zou bijvoorbeeld ook de Multi-conventie op thuishoren, maar omdat die door bijna heel het land (of zelfs de hele wereld) gespeeld wordt, is daarvoor een uitzondering gemaakt. Bedenk dus ook: als je die als toernooiorganisator verbiedt door je eigen reglement met verboden conventies en systemen op te stellen, maak je dus heel veel mensen ontevreden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar een individueel toernooi (helaas zeer zeldzaam in Nederland), dan speel je dus elke ronde met een andere maat en is iedereen verplicht dezelfde systeemkaart te spelen die de organisatie heeft opgesteld. Als we mensen ontmoeten echt allemaal zo leuk vinden, dan zouden daar veel meer toernooien van georganiseerd moeten worden. Dat blijkt dan helaas toch tegen te vallen.

Dan is het tijd voor de laatste vraag: hoever wil je gaan? Mag je nog zwak openen? Mag je zwak bijbieden? Mag je de kleur van de tegenpartij bieden? Mag je splinters (singletons en renonces) bieden? Als je hier goed over gaat nadenken, dan zul je merken dat het ontzettend ingewikkeld wordt. Want je reglement moet wel waterdicht zijn. Daarom (denk ik) waagt de gemiddelde toernooiorganisator zich hier niet aan.

Er zijn hele volksstammen die nooit verder leren dan boekje 1 en 2, terwijl er toch duizenden bridgeboeken zijn geschreven over hoe je beter kunt worden in bridge. Sommige mensen willen dat heel graag. Wil je die mensen dat echt verbieden? Ik vind het zelf altijd frappant. Je vraagt aan mensen waarom ze bridgen en dan antwoorden ze vrijwel altijd dat ze bridgen omdat ze het gezellig vinden, maar vooral ook omdat ze hun hersenen willen blijven trainen en jong willen houden. Vraag ik dan of ze er iets nieuws bij willen leren, dan volgt er een zeer ferm en gedecideerd “Absoluut niet”. Nou, dan houdt het met die hersenen trainen snel op. Als ik na het bieden behulpzaam uitleg “Mijn maat heeft zes schoppens, drie van de vijf keycards en een renonce in klaveren”, dan kijken ze me soms aan alsof ze water zien branden. Vervolgens leggen ze dan klaverenaas op tafel… Soms zijn mensen furieus, omdat je de snit niet genomen hebt. Dan probeer je ze uit te leggen dat je zonder de snit een 100% speelwijze hebt, maar dat willen ze niet horen. Je kunt niet iedereen tevreden houden. En als hoofdklassespeler ben ik niet eens zo’n ontzettend goede bridger, maar ook ik vind toernooien en kroegendrives erg leuk. En winnen doe ik daar ook niet.

Ik hoop dat je hiermee een beter beeld hebt van wat kan en mag. Vooral veel plezier gewenst en dat je maar veel nieuwe en leuke mensen mag ontmoeten.

In elke gedrukte én digitale editie van BridgeNL buigen bekwame arbiters zich over brandende bridgekwesties. Erik Slump laat in dit e-zine zijn licht schijnen over een lezersvraag.

regels

Spel

Wij bridgen als paar nu zeven jaar en vinden het geweldig om buiten de club ook aan toernooien en kroegendrives mee te doen. We spelen puur voor ons plezier, maar willen er altijd het beste uithalen.

Op toernooien komen we regelmatig paren tegen die met uitgebreide systeemkaarten komen aanzetten. Of ze hebben juist helemaal geen systeemkaart. Dat laatste vind ik kwalijker: alsof je gaat hockeyen zonder dat je een hockeystick meeneemt.

In dertig minuten moet je bovendien vier spellen spelen en er is dan geen tijd om die systeemkaart rustig te bekijken en desnoods met partner wat afspraken te maken.

Hier heb ik een aantal vragen over:

  • Als je een toernooi speelt, kun je niet verwachten dat mensen jouw kaart uitgebreid gaan bestuderen. Zijn er afspraken die je vooraf moet melden aan de tegenpartij?

  • Hoe kunnen mindere goden, zoals ik, het beste hiermee omgaan voordat een ronde begint?

  • Is het een idee dat je als toernooiorganisator beperkingen mag opleggen aan bepaalde conventies?

Op vier spellen komt er uiteraard maar een fractie voor van wat er op de systeemkaart staat, maar toch heb ik er moeite mee. Het zal aan mij liggen, maar soms komen er dingen voor waar ik het bestaan niet van weet. Dat ligt aan mij, maar het plezier neemt daardoor wel af. Dit kan betekenen dat ik alleen maar op de voor mij vertrouwde club moet spelen, maar een beetje de horizon verbreden vind ik wel prettig. Ook het sociale karakter van bridgen speelt een zeer grote rol in mijn leven.

Misschien zeur ik enorm en is dit niet herkenbaar voor veel mensen. Maar juist mensen naar andere omgevingen brengen en met elkaar in contact laten komen, vind ik belangrijk. Bridge is een uitermate geschikte sport om mensen te leren kennen. Hopelijk hebben andere mensen ook wat aan jouw antwoorden op mijn vragen.

Arbitrages,
wat is wenselijk?

VRAAG 1

Erik Slump

Ik snap je verhaal. Laat ik maar beginnen met een aantal impliciete aannames te adresseren. Iedereen bridget voor zijn of haar plezier. Maar waar haal je jouw plezier uit? Voor sommigen is dat het ontmoeten van mensen, voor anderen het puzzelen, voor enkelen het winnen van prijzen, voor een aantal het psychologische aspect, het hebben van mooie verhalen of het bereiken van een steeds hoger niveau en voor weer anderen is het de ultieme mentale uitdaging om het allerbeste resultaat op een spel te halen. Daarom is bridge ook zo’n mooie sport!

Wat impliceert het woord sport? Dat er een uitdaging in zit, al dan niet in wedstrijdvorm. Kun jij je voorstellen dat twee tennissers op de baan staan en de bal alleen maar saai heen en weer slaan, zonder dat iemand probeert een punt te maken? Dat wielrenners zich altijd inhouden, zodat de laatste in het peloton voortdurend bij kan blijven en men elke keer als één groep over de finish komt? Ik in elk geval niet. Dat zou toch dodelijk saai worden?

Je hebt het over toernooien en kroegendrives. Tenzij er een specifieke doelgroep wordt bepaald die mag meedoen, zijn die toernooien en kroegendrives er voor het plezier van iedereen die graag wil bridgen, ongeacht hoe ze sport benaderen. Dat betekent dat je dus mensen kunt tegenkomen die met een andere insteek dan jij aan tafel zitten. Ze komen allemaal voor hun plezier, maar halen hun plezier dus uit verschillende zaken. Je kunt het leuk vinden om nieuwe mensen te ontmoeten, maar ook om eens andere tegenstanders te hebben, om er iets van te leren of gewoon om door een mooi centrum te lopen. Aan tafel moeten we echter wel allemaal respectvol en eerlijk met elkaar omgaan. En daar hebben we dus regels voor.

Eén van die regels behelst het gebruik van systeemkaarten. Tenzij iemand een eigen wedstrijdreglement maakt, ben je verplicht altijd een door de NBB goedgekeurde systeemkaart te overleggen. Dat mag een klein of een groot model zijn. Maar wat is het doel van de systeemkaart? Dat is tweeledig. Enerzijds zorgt de systeemkaart dat je in één oogopslag een beeld kunt krijgen van de belangrijkste kenmerken van het systeem van de tegenstanders. Je kunt dan vooraf nog bepaalde afspraken maken. Bijvoorbeeld: wat doe je tegen een 10-12 SA? Dat hebben niet veel mensen standaard afgesproken. Anderzijds is de systeemkaart ervoor bedoeld om, wanneer een bepaalde biedsituatie zich voordoet, snel die situatie op de kaart te kunnen opzoeken, zodat je weet wat er gebeurt, maar ook wat er nog meer mogelijk was geweest. Dat scheelt veel vragen stellen en dat is gunstig, want in het stellen van vragen schuilt het gevaar van ongeoorloofde informatie overbrengen. Bovendien kun je alvast beginnen je een beeld te vormen van hoe je je hiertegen gaat verdedigen.

Voor twee van de drie biedverlopen heb je zo’n systeemkaart helemaal niet nodig. Bovendien word je door de alerteerregeling door tegenstanders altijd gewezen op ongebruikelijke biedingen en die worden op jouw verzoek ook nog eens uitgebreid uitgelegd. Sterker nog: de alerteerregeling schrijft voor dat je, wanneer jouw systeem regelmatig terugkerende afspraken bevat die niet gebruikelijk zijn, vóór het beginnen met spelen een pre-alert geeft. Wederom is de 10-12 SA daar een goed voorbeeld van. Dat hoor je vooraf aan de tegenstanders te melden, zodat ze daarop bedacht zijn en er, zoals eerder genoemd, snel een afspraak over kunnen maken.

De systeemkaart is dus zeker niet bedoeld om vooraf uitgebreid te moeten gaan bestuderen, en al helemaal niet om uit je hoofd te gaan leren. Zeker de grote systeemkaart hoeft niet zo afschrikwekkend te zijn. Zelf weet ik dat dit voor veel mensen wel het geval is, dus ik heb speciaal voor toernooien en kroegendrives een kleine systeemkaart gemaakt. En zelfs die wordt regelmatig vol afschuw teruggegeven. Dat zorgt er dan ook voor dat veel mensen het maar opgeven om een systeemkaart neer te leggen. Bijna niemand kijkt erop.

Maar goed, als je de grote systeemkaart even in simpele delen bekijkt, dan valt het wel mee. Als de grote systeemkaart netjes in drie delen is opgevouwen, dan staat aan de voorkant een korte samenvatting met de kern van het systeem en een kort lijstje met bijzondere afspraken waarover je misschien even wilt overleggen met jouw maat. Meer hoef je vooraf niet te lezen. De eerste keer dat je leider wordt, draai je de kaart om en dan vind je op de achterkant een samenvatting van de uitkomsten en signalen. Daaronder staan die afspraken in detail uitgewerkt. Je kunt dat lezen of ernaar vragen. De overige info zoek je alleen op als je daar behoefte aan hebt op het moment dat het voorkomt.

Ik hoop hiermee jouw eerste twee vragen afdoende te hebben beantwoord. Dan de laatste vraag: mag je als toernooiorganisator conventies verbieden? Ja, dat mag. Mits je dat maar duidelijk vooraf bij de inschrijving in een reglement hebt vastgelegd. En niet als een paar kleine lettertjes, maar op een manier dat niemand bij de start van het toernooi raar opkijkt. Kijken we even naar voetbal. Je kunt een voetbaltoernooitje spelen op een half veld, vijf tegen vijf zonder corners, met kleinere doelen en zonder buitenspel. Maar je kunt niet normaal spelen als je toestaat dat de spelers ook hands mogen maken en ze de bal niet van elkaar mogen afpakken. Dan blijft er niets over. Met bridge kan dat dus ook.

De BridgeBond hanteert hiervoor een reglement met verboden conventies en systemen. Daar moet iedereen zich aan houden (behalve in enkele Bondsklassen en op internationaal niveau, maar ook daar zijn enige beperkingen van toepassing). Daar zou bijvoorbeeld ook de Multi-conventie op thuishoren, maar omdat die door bijna heel het land (of zelfs de hele wereld) gespeeld wordt, is daarvoor een uitzondering gemaakt. Bedenk dus ook: als je die als toernooiorganisator verbiedt door je eigen reglement met verboden conventies en systemen op te stellen, maak je dus heel veel mensen ontevreden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar een individueel toernooi (helaas zeer zeldzaam in Nederland), dan speel je dus elke ronde met een andere maat en is iedereen verplicht dezelfde systeemkaart te spelen die de organisatie heeft opgesteld. Als we mensen ontmoeten echt allemaal zo leuk vinden, dan zouden daar veel meer toernooien van georganiseerd moeten worden. Dat blijkt dan helaas toch tegen te vallen.

Dan is het tijd voor de laatste vraag: hoever wil je gaan? Mag je nog zwak openen? Mag je zwak bijbieden? Mag je de kleur van de tegenpartij bieden? Mag je splinters (singletons en renonces) bieden? Als je hier goed over gaat nadenken, dan zul je merken dat het ontzettend ingewikkeld wordt. Want je reglement moet wel waterdicht zijn. Daarom (denk ik) waagt de gemiddelde toernooiorganisator zich hier niet aan.

Er zijn hele volksstammen die nooit verder leren dan boekje 1 en 2, terwijl er toch duizenden bridgeboeken zijn geschreven over hoe je beter kunt worden in bridge. Sommige mensen willen dat heel graag. Wil je die mensen dat echt verbieden? Ik vind het zelf altijd frappant. Je vraagt aan mensen waarom ze bridgen en dan antwoorden ze vrijwel altijd dat ze bridgen omdat ze het gezellig vinden, maar vooral ook omdat ze hun hersenen willen blijven trainen en jong willen houden. Vraag ik dan of ze er iets nieuws bij willen leren, dan volgt er een zeer ferm en gedecideerd “Absoluut niet”. Nou, dan houdt het met die hersenen trainen snel op. Als ik na het bieden behulpzaam uitleg “Mijn maat heeft zes schoppens, drie van de vijf keycards en een renonce in klaveren”, dan kijken ze me soms aan alsof ze water zien branden. Vervolgens leggen ze dan klaverenaas op tafel… Soms zijn mensen furieus, omdat je de snit niet genomen hebt. Dan probeer je ze uit te leggen dat je zonder de snit een 100% speelwijze hebt, maar dat willen ze niet horen. Je kunt niet iedereen tevreden houden. En als hoofdklassespeler ben ik niet eens zo’n ontzettend goede bridger, maar ook ik vind toernooien en kroegendrives erg leuk. En winnen doe ik daar ook niet.

Ik hoop dat je hiermee een beter beeld hebt van wat kan en mag. Vooral veel plezier gewenst en dat je maar veel nieuwe en leuke mensen mag ontmoeten.

Antwoord