1
vraag
2
vraag
In elke gedrukte én digitale editie van BridgeNL buigen bekwame arbiters zich over brandende bridgekwesties. Paul Vonck, Rens Philipsen en Erik Slump vormen een panel van arbiters en bespreken de vragen. Erik Slump laat in dit e-zine zijn licht schijnen over een lezersvraag.
regels
Spel
ANTWOORD
Onlangs gebeurde bij ons op de club het volgende: tijdens het afspelen van een 3-SA-contract bleek de tegenpartij verzaakt te hebben in schoppen. De verzaking was voldongen. De wedstrijdleider kwam erbij. Deze oordeelde dat de slag waarin verzaakt werd niet gemaakt was, dus dat de overtredende partij na afloop één slag moest overdragen, mits zij nog een slag maakten. En dat ik achteraf de wedstrijdleider er alsnog bij mocht roepen als wij hierdoor toch nog benadeeld waren.
De tegenpartij maakte nog een slag en had de schoppen nog in de hand die door het verzaken vrij was. Die ‘vrije’ schoppen werd door de tegenpartij gespeeld om zodoende een extra slag te krijgen. De schoppen zou bij correct bedienen allang gevallen zijn, dus die zouden ze anders nooit gemaakt hebben. Dus ik voelde me alsnog benadeeld. De wedstrijdleider vond echter dat dit nou net gecompenseerd werd door de overgedragen slag, en heeft de uitslag laten staan. Ik ben het hier niet mee eens. Dus mede namens onze wedstrijdleider, zouden we graag zien dat jullie je licht hierover laten schijnen.
Antwoord
VRAAG 1
Benadeeld door verzaking?
ANTWOORD
VOLGENDE VRAAG
DEZE VRAAG
TOP
Erik Slump
Antwoord
Het artikel over verzaken is een vreemd artikel in de geest van de spelregels. Het doel van de spelregels is om recht te zetten wat is fout gegaan. Het doel is niet om te straffen, maar sommige gebeurtenissen zijn nu eenmaal niet anders.
In de geest van de spelregels zou een arbiter bij een verzaking het spel volledig moeten analyseren. Dat is veel werk en daarom is bij verzakingen voor het volgende gekozen: we gaan er standaard van uit dat de verzaking de niet-overtredende partij een slag heeft gekost. Die slag compenseren we automatisch zonder dit op de bodem uit te zoeken, als jouw partij daarna nog één of meerdere slagen heeft gemaakt.
Nu kan het zo zijn dat de verzaking helemaal geen slag heeft gekost, en in dat geval krijgt de niet-overtredende partij een cadeautje. Had je maar niet moeten verzaken. Heb je niet alleen verzaakt maar die slag gewonnen omdat je hebt ingetroefd, dan moet je die slag ook nog overdragen.
Dan kan het zijn dat je door de verzaking meer dan één slag extra hebt gemaakt die je anders niet had kunnen maken. Dan moet je al die slagen teruggeven. Denk aan verzaken in troef, vervolgens met die laatste troef aan slag komen om jouw vrije slagen op te rapen. Dan moet de arbiter dus wel grondig analyseren hoe het spel gelopen zou zijn zonder de verzaking.
Vertalen we dit naar jouw casus. De tegenpartij heeft verzaakt en door die verzaking een extra schoppenslag gemaakt die ze anders niet gemaakt zouden hebben. Dan komt het dus mooi uit dat we ze alvast een slag hebben laten teruggeven. Je bent dus voldoende gecompenseerd door het automatisch overdragen van de slag. De arbiter van dienst heeft dus puik werk geleverd.
VRAAG 2
1Mancheforcing met hartenfit
2Overwaarde en een controle in schoppen
3Een controle in klaveren
4Een controle in ruiten
5Keycards vragen
60 of 3 keycards
West | Noord | Oost | Zuid |
|---|---|---|---|
1♥ | pas | 2NT1 | pas |
3♠2 | pas | 4♣3 | pas |
4♦4 | pas | 4NT5 | pas |
5♦6 | pas | 6♥ | ? |
Slump
ANTWOORD
VORIGE
TOP
Oost pakt weer die stopkaart en springt naar 6♥, en jij bent aan de beurt. Jouw maat moet zo uit. Als die ruiten start, dan gaat 6♥ misschien wel down omdat jij een aftroever krijgt en misschien ook wel ♣H, omdat je achter ♣A lijkt te zitten. Of was die klaverencontrole een singleton? Als je nu doubleert, belooft dat ergens een renonce en probeer je maat in die kleur te laten starten. Durf je dat?
Je twijfelt en na de verplichte 10 seconden leg je toch maar een paskaartje neer. Voor jouw maat is het nu zonneklaar. Zonder denkpauze had hij een suffe schoppenstart, maar nu is het wel duidelijk dat je ergens over nadacht. Normaal duw je binnen een halve seconde dat paskaartje over tafel, ondanks die stopkaart. Zit er misschien een ruitenaftroever in? En jawel: na de ruitenstart is de leider down. Die is niet blij met de 'verplichte' denkpauze.
Weer een prachtige vorm van vals spel waar niemand iets van kan zeggen, want je hebt toch netjes 10 seconden nagedacht? Nee hoor. De spelregels hebben het over afwijken van normaal tempo (haast of aarzelen in artikel 73C1 en tempovariaties in 73D1), dus een arbiter zal hard ingrijpen als hij hierop wordt gewezen.
Er is een simpele manier om dit soort problemen te voorkomen. Volg altijd de juiste procedure, ook al snap je niet waarom. In 99 van de 100 keer maakt het niets uit, maar wapen je tegen die ene keer. Als je elke week 24 spellen speelt, komt dit toch 5 tot 10 keer per jaar voor. Bekijk na een stopkaart aandachtig jouw hand en doe 10 seconden alsof je iets hebt om over na te denken, ook al is dat niet zo.
Korte nabrander. Als je een stopkaart neerlegt, leg je deze duidelijk zichtbaar (niet op of tussen de biedkaarten) voor de tegenstanders neer. Na 10 seconden, en niet eerder of later, haal je deze weer weg. Jouw linker tegenstander mag namelijk niet bieden zolang deze stopkaart op tafel ligt.
Nederlanders zijn categorisch slecht in het opvolgen van protocollen. Vaak omdat we denken het beter te weten en niet begrijpen waarom een regel bestaat. De stopregel is er zo een.
Het gaat in 99% van de gevallen goed, dus wat is het probleem als er in die 1% van de gevallen een hooglopende ruzie aan tafel ontstaat? Die vraag is retorisch... Een zeer foute en onware uitspraak die ik bridgers regelmatig hoor uitspreken, is de volgende: "Jouw maat heeft nagedacht, dus nu mag jij niet meer bieden". 100% onwaar, maar niet weg te beitelen uit het collectieve geheugen van bridgers. Je kent ze wel: die ‘arbiters’ zonder diploma die aan tafel wel even vertellen hoe het moet...
Juist de stopregel probeert problemen met denkpauzes te voorkomen. Bridge is een denksport, dus het is volstrekt idioot om te zeggen dat je niet mag nadenken, en net zo idioot om te zeggen dat jouw maat daarna niet meer mag bieden. Denken kan wel ongeoorloofde informatie (OI) overbrengen en jouw maat moet er alles aan doen om te voorkomen dat het lijkt alsof hij of zij daar gebruik van maakt. Dat is nog niet zo simpel, maar daar wil ik het in dit artikel niet over hebben.
Stel, je zit in de tweede hand (bijvoorbeeld: jij bent zuid, maar oost is deler) en raapt deze kaart op:
♠ A V 7 4 2
♥ V T
♦ H 6 5
♣ B 9 5
Je bedenkt dat je best een mooie 1♠-opening hebt en, als de tegenpartij opent, heb je zeker een mooi 1♠-volgbod. Je ziet echter de hand van jouw tegenstander naar de biedbak gaan. Daar komt een stopkaart uit, gevolgd door een 3♥-bod. Daar zit je dan. Is deze hand 3♠ waard? Niet gek om daar even over na te denken, toch? Het zou toch wel gek zijn als jouw maat in de problemen komt omdat je hier even over moet nadenken. Gelukkig moet je door de stopregel verplicht 10 seconden nadenken, dus dat geeft je wat lucht. Als je nu na 10 seconden besluit te passen, is er voor jouw maat niets aan de hand.
Dezelfde positie, andere kaart:
♠ V 9 8 7
♥ V T 3
♦ H 6 5
♣ B 9 5
Weer zie je die hand rechts van je naar de biedbak gaan en weer komt die stopkaart eruit, gevolgd door 3♥. Dit is een eitje waar je geen seconde over hoeft na te denken. Je gaat passen. Omdat je de stopregel maar een stomme regel vindt, tel je demonstratief snel op je vingers tot 10 en, omdat jij jezelf zo grappig vindt, leg je breed glimlachend en met een extra knipoog die pas op tafel. De boodschap aan maat is duidelijk: ik heb niets, reken niet op mij. Maat, die in de uitpas zit, heeft het met deze volgende hand nu heel makkelijk:
♠ H 6 3
♥ 8 2
♦ A B 4 3
♣ H V 6 4
Met een maat die heeft nagedacht, is dit een doublet waard; met een maat die duidelijk niets in zijn handen heeft, kun je veilig passen. Dat laatste is toch bijzonder oneerlijk? Laat ik helder zijn: het is een overtreding om te passen met deze hand als jouw maat heeft getelegrafeerd dat hij niets in zijn handen heeft. Dat is nou valsspelen.
Voor wie nog niet overtuigd is: je hebt deze kaart:
♠ V 7 4 2
♥ 8 3 2
♦ -
♣ H 8 6 5 3 2
Bij het oprapen word je niet heel warm van dit bezit, maar dan volg je het bieden dat links van je begint:
Stop! - Waarom zou ik?
1
vraag
In elke gedrukte én digitale editie van BridgeNL buigen bekwame arbiters zich over brandende bridgekwesties. Paul Vonck, Rens Philipsen en Erik Slump vormen een panel van arbiters en bespreken de vragen. Erik Slump laat in dit e-zine zijn licht schijnen over een lezersvraag.
regels
Spel
2
vraag
Onlangs gebeurde bij ons op de club het volgende: tijdens het afspelen van een 3-SA-contract bleek de tegenpartij verzaakt te hebben in schoppen. De verzaking was voldongen. De wedstrijdleider kwam erbij. Deze oordeelde dat de slag waarin verzaakt werd niet gemaakt was, dus dat de overtredende partij na afloop één slag moest overdragen, mits zij nog een slag maakten. En dat ik achteraf de wedstrijdleider er alsnog bij mocht roepen als wij hierdoor toch nog benadeeld waren.
De tegenpartij maakte nog een slag en had de schoppen nog in de hand die door het verzaken vrij was. Die ‘vrije’ schoppen werd door de tegenpartij gespeeld om zodoende een extra slag te krijgen. De schoppen zou bij correct bedienen allang gevallen zijn, dus die zouden ze anders nooit gemaakt hebben. Dus ik voelde me alsnog benadeeld. De wedstrijdleider vond echter dat dit nou net gecompenseerd werd door de overgedragen slag, en heeft de uitslag laten staan. Ik ben het hier niet mee eens. Dus mede namens onze wedstrijdleider, zouden we graag zien dat jullie je licht hierover laten schijnen.
Antwoord
Benadeeld door verzaking?
VRAAG 1
VORIGE
VOLGENDE VRAAG
DEZE VRAAG
TOP
Erik Slump
Het artikel over verzaken is een vreemd artikel in de geest van de spelregels. Het doel van de spelregels is om recht te zetten wat is fout gegaan. Het doel is niet om te straffen, maar sommige gebeurtenissen zijn nu eenmaal niet anders.
In de geest van de spelregels zou een arbiter bij een verzaking het spel volledig moeten analyseren. Dat is veel werk en daarom is bij verzakingen voor het volgende gekozen: we gaan er standaard van uit dat de verzaking de niet-overtredende partij een slag heeft gekost. Die slag compenseren we automatisch zonder dit op de bodem uit te zoeken, als jouw partij daarna nog één of meerdere slagen heeft gemaakt.
Nu kan het zo zijn dat de verzaking helemaal geen slag heeft gekost, en in dat geval krijgt de niet-overtredende partij een cadeautje. Had je maar niet moeten verzaken. Heb je niet alleen verzaakt maar die slag gewonnen omdat je hebt ingetroefd, dan moet je die slag ook nog overdragen.
Dan kan het zijn dat je door de verzaking meer dan één slag extra hebt gemaakt die je anders niet had kunnen maken. Dan moet je al die slagen teruggeven. Denk aan verzaken in troef, vervolgens met die laatste troef aan slag komen om jouw vrije slagen op te rapen. Dan moet de arbiter dus wel grondig analyseren hoe het spel gelopen zou zijn zonder de verzaking.
Vertalen we dit naar jouw casus. De tegenpartij heeft verzaakt en door die verzaking een extra schoppenslag gemaakt die ze anders niet gemaakt zouden hebben. Dan komt het dus mooi uit dat we ze alvast een slag hebben laten teruggeven. Je bent dus voldoende gecompenseerd door het automatisch overdragen van de slag. De arbiter van dienst heeft dus puik werk geleverd.
Antwoord
Oost pakt weer die stopkaart en springt naar 6♥, en jij bent aan de beurt. Jouw maat moet zo uit. Als die ruiten start, dan gaat 6♥ misschien wel down omdat jij een aftroever krijgt en misschien ook wel ♣H, omdat je achter ♣A lijkt te zitten. Of was die klaverencontrole een singleton? Als je nu doubleert, belooft dat ergens een renonce en probeer je maat in die kleur te laten starten. Durf je dat?
Je twijfelt en na de verplichte 10 seconden leg je toch maar een paskaartje neer. Voor jouw maat is het nu zonneklaar. Zonder denkpauze had hij een suffe schoppenstart, maar nu is het wel duidelijk dat je ergens over nadacht. Normaal duw je binnen een halve seconde dat paskaartje over tafel, ondanks die stopkaart. Zit er misschien een ruitenaftroever in? En jawel: na de ruitenstart is de leider down. Die is niet blij met de 'verplichte' denkpauze.
Weer een prachtige vorm van vals spel waar niemand iets van kan zeggen, want je hebt toch netjes 10 seconden nagedacht? Nee hoor. De spelregels hebben het over afwijken van normaal tempo (haast of aarzelen in artikel 73C1 en tempovariaties in 73D1), dus een arbiter zal hard ingrijpen als hij hierop wordt gewezen.
Er is een simpele manier om dit soort problemen te voorkomen. Volg altijd de juiste procedure, ook al snap je niet waarom. In 99 van de 100 keer maakt het niets uit, maar wapen je tegen die ene keer. Als je elke week 24 spellen speelt, komt dit toch 5 tot 10 keer per jaar voor. Bekijk na een stopkaart aandachtig jouw hand en doe 10 seconden alsof je iets hebt om over na te denken, ook al is dat niet zo.
Korte nabrander. Als je een stopkaart neerlegt, leg je deze duidelijk zichtbaar (niet op of tussen de biedkaarten) voor de tegenstanders neer. Na 10 seconden, en niet eerder of later, haal je deze weer weg. Jouw linker tegenstander mag namelijk niet bieden zolang deze stopkaart op tafel ligt.
1Mancheforcing met hartenfit
2Overwaarde en een controle in schoppen
3Een controle in klaveren
4Een controle in ruiten
5Keycards vragen
60 of 3 keycards
West | Noord | Oost | Zuid |
|---|---|---|---|
1♥ | pas | 2NT1 | pas |
3♠2 | pas | 4♣3 | pas |
4♦4 | pas | 4NT5 | pas |
5♦6 | pas | 6♥ | ? |
VRAAG 2
Slump
Nederlanders zijn categorisch slecht in het opvolgen van protocollen. Vaak omdat we denken het beter te weten en niet begrijpen waarom een regel bestaat. De stopregel is er zo een.
Het gaat in 99% van de gevallen goed, dus wat is het probleem als er in die 1% van de gevallen een hooglopende ruzie aan tafel ontstaat? Die vraag is retorisch... Een zeer foute en onware uitspraak die ik bridgers regelmatig hoor uitspreken, is de volgende: "Jouw maat heeft nagedacht, dus nu mag jij niet meer bieden". 100% onwaar, maar niet weg te beitelen uit het collectieve geheugen van bridgers. Je kent ze wel: die ‘arbiters’ zonder diploma die aan tafel wel even vertellen hoe het moet...
Juist de stopregel probeert problemen met denkpauzes te voorkomen. Bridge is een denksport, dus het is volstrekt idioot om te zeggen dat je niet mag nadenken, en net zo idioot om te zeggen dat jouw maat daarna niet meer mag bieden. Denken kan wel ongeoorloofde informatie (OI) overbrengen en jouw maat moet er alles aan doen om te voorkomen dat het lijkt alsof hij of zij daar gebruik van maakt. Dat is nog niet zo simpel, maar daar wil ik het in dit artikel niet over hebben.
Stel, je zit in de tweede hand (bijvoorbeeld: jij bent zuid, maar oost is deler) en raapt deze kaart op:
♠ A V 7 4 2
♥ V T
♦ H 6 5
♣ B 9 5
Je bedenkt dat je best een mooie 1♠-opening hebt en, als de tegenpartij opent, heb je zeker een mooi 1♠-volgbod. Je ziet echter de hand van jouw tegenstander naar de biedbak gaan. Daar komt een stopkaart uit, gevolgd door een 3♥-bod. Daar zit je dan. Is deze hand 3♠ waard? Niet gek om daar even over na te denken, toch? Het zou toch wel gek zijn als jouw maat in de problemen komt omdat je hier even over moet nadenken. Gelukkig moet je door de stopregel verplicht 10 seconden nadenken, dus dat geeft je wat lucht. Als je nu na 10 seconden besluit te passen, is er voor jouw maat niets aan de hand.
Dezelfde positie, andere kaart:
♠ V 9 8 7
♥ V T 3
♦ H 6 5
♣ B 9 5
Weer zie je die hand rechts van je naar de biedbak gaan en weer komt die stopkaart eruit, gevolgd door 3♥. Dit is een eitje waar je geen seconde over hoeft na te denken. Je gaat passen. Omdat je de stopregel maar een stomme regel vindt, tel je demonstratief snel op je vingers tot 10 en, omdat jij jezelf zo grappig vindt, leg je breed glimlachend en met een extra knipoog die pas op tafel. De boodschap aan maat is duidelijk: ik heb niets, reken niet op mij. Maat, die in de uitpas zit, heeft het met deze volgende hand nu heel makkelijk:
♠ H 6 3
♥ 8 2
♦ A B 4 3
♣ H V 6 4
Met een maat die heeft nagedacht, is dit een doublet waard; met een maat die duidelijk niets in zijn handen heeft, kun je veilig passen. Dat laatste is toch bijzonder oneerlijk? Laat ik helder zijn: het is een overtreding om te passen met deze hand als jouw maat heeft getelegrafeerd dat hij niets in zijn handen heeft. Dat is nou valsspelen.
Voor wie nog niet overtuigd is: je hebt deze kaart:
♠ V 7 4 2
♥ 8 3 2
♦ -
♣ H 8 6 5 3 2
Bij het oprapen word je niet heel warm van dit bezit, maar dan volg je het bieden dat links van je begint:
Stop! - Waarom zou ik?
VORIGE