vlak1.png

BONDEN EZINE #1

Clubkadercoach

De Nevobo is relatief ver met ontwikkelingen op het gebied van professionalisering en trainersbegeleiding. De Atletiekunie wil soortgelijke stappen zetten, maar zoekt hierin nog naar de juiste manier. Atletiekunie-directeur Pieke de Zwart, Nevobo-directeur Guido Davio en Ard Kramer, voorzitter van eredivisieclub VCN en bondsraadslid bij de Nevobo, gingen met elkaar in gesprek over Clubkadercoaching, de financiering van een professional en het inspelen op de behoeften van verenigingen.

arrow_right_red.png

“Het gaat er vooral om mensen verantwoord in beweging te krijgen en te houden”

Atletiekunie en Nevobo – creatief denken in cofinanciering van bonden

lamp.png
vlak1.png

BONDEN EZINE #1

ClubKaderCoach

Davio trapt af namens de Nevobo. In 2011 begon de volleybalbond met een strategie waarin naar talentontwikkeling en evenementen werd gekeken. “Met name bij de evenementen zijn we gestart met het maken van verbinding naar de breedtesport. We namen onze verenigingen vanaf dat moment mee in de organisatie. Wat daar kwetsbaar in werd, is dat de verwachtingen en eisen die men stelt aan een sportvereniging, omhoog gingen. Ook aan de kwaliteit en flexibiliteit werden steeds meer eisen gesteld. Tot dan toe gebeurde dat bij ons namelijk nog zoals we in 1850 onze verenigingen inrichtten: ‘Gefeliciteerd, jouw kind gaat sporten en oh ja, jij bent vanaf nu trainer/coach van dit team.’”

Hogere verwachtingen en eisen voor volleybalverenigingen: de Nevobo besloot het niet te zien als een moeilijke opgave, maar als een kansrijke uitdaging. “We dachten: de kwetsbaarheid van de ontwikkeling van de sport, is tevens de kracht”, aldus Davio. “Het fundament is nog steeds gebaseerd op hoe mensen in hun vrije tijd waarde toevoegen aan een vereniging. Wij hebben de overtuiging dat trainer/coach echt een vak is om mensen iets bij te brengen, maar de randvoorwaarden om mensen aan je te blijven binden, worden dus ook steeds belangrijker. Toch liep het daar, zeker in middelgrote en kleine verenigingen, vast. Zij hadden daar hulp bij nodig. Die vicieuze cirkel moesten we doorbreken en daarom zijn we het professionaliseringstraject ingegaan. We maakten de professionaliseringsslag volgens het adagium ‘gympen binnen de lijnen, voeten in het zand’. Dat is namelijk waar het gebeurt, waar je het verschil echt maakt.”

Contributieverhoging
Als voorzitter van VCN en bondsraadslid was Kramer betrokken bij de volgende stap in het professionaliseringstraject van de Nevobo: een contributieverhoging van 2,50 euro voor iedereen die lid is of wordt van de bond. Met deze structurele investering kan de Nevobo lokaal bijdragen aan het aanstellen van de professionals. “Contributieverhoging is best een lastig onderwerp”, geeft Kramer toe. “Het is ook wel interessant om te zien hoe groot de angst en het wantrouwen was. Een verhoging van 2,50 euro moet je zeker niet bagatelliseren, maar het is een relatief laag bedrag dat wij ook inzichtelijk hebben gemaakt. Een professional laat de vrijwilligers beter functioneren omdat hij of zij de vrijwilligers ontlast. Daarnaast kan de professional bij uitstek de vrijwilliger meer aandacht geven, waardoor de vrijwilliger meer uren rondloopt op de vereniging en gaat verbinden. Dat zie je gewoon gebeuren en is letterlijk onbetaalbaar. Je creëert ruimte binnen je vereniging middels een professional, op een gebied dat jij nodig vindt: bestuurlijke ondersteuning, het trainen van je trainers of vrijwilligersbeleid, bijvoorbeeld. Om dat te realiseren, kun je dan een extra investering krijgen. Dat vind ik een heel aansprekende filosofie.”

Transparante afspraken
“Als voorzitter van een volleybalvereniging zit ik zelf in zo’n traject”, gaat Kramer verder. “We moeten onze visie en ambities duidelijk verwoorden. Als we dat doen, bestaat de kans om een gedeeltelijke financiële ondersteuning vanuit de Nevobo te krijgen. Ook bij gemeenten of sponsors liggen heel veel mogelijkheden om gelden los te maken, maar er moet dan wel tijd en kennis zijn om dat te realiseren. Een professional die je binnenhaalt, moet er ook wel op gericht zijn om zichzelf terug te verdienen. Daar is de tijd en gelegenheid voor, iets dat niet geldt voor het vrijwilligerschap.”

Om verenigingen het belang van een professional en dus een structurele financiering duidelijk te maken, maakt de Nevobo hier heldere en transparante afspraken over. “De angst vanuit de leden, en die begrijp ik heel goed, is: Waar gaat dat geld dan heen?”, beschrijft Davio. “Gaat de directeur niet in zijn eentje in een grotere kamer zitten? Wordt die auto van hem niet steeds groter? Dat gaat niet gebeuren en daar rapporteren wij separaat over. We zijn best wel kritisch, willen weten over het plan en hoe er per vereniging wordt geïnvesteerd. We hebben inmiddels een ton geïnvesteerd in het collectief en dat rendeert nu naar 260.000 euro. Daar hebben we echt de tijd voor genomen. Dat is prettig en maakt de verantwoording naar de bondsraad toe gemakkelijker.”

Vloeken in de kerk
De zoektocht naar een structurele financiering voor professionalisering, speelt niet alleen bij de volleybalbond. Het verhogen van de contributie is en blijft vaak een discussiepunt. Ook de Atletiekunie ziet dat hier nog hobbels te nemen zijn. Ondanks de geslaagde opzet van de Nevobo, voelt het verhogen van contributie in de atletiekwereld volgens De Zwart toch een beetje als vloeken in de kerk. “Dat wordt bij ons wel een issue, terwijl er bij verenigingen wel behoefte is om een professionaliseringsslag te slaan”, vertelt hij. “We hebben een aantal voorbeelden van clubs die heel succesvol en effectief zijn, maar ook een sterke voorkeur hebben om het in eigen hand te houden. De financierbaarheid daarvan is nog wel een pittige opdracht.”

Benieuwd naar de mogelijkheden is De Zwart echter zeker wel. “Wij zijn gezegend met behoorlijk sterke verenigingen en proberen die verenigingen zo veel mogelijk vrij te laten. We leggen nauwelijks wat op en zijn er om te faciliteren, te ondersteunen en om onze sport te dienen. Het maakt me wel nieuwsgierig, omdat we die verenigingen echt verder willen professionaliseren en omdat we zien dat er steeds meer op de vrijwilligers en bestuurders afkomt. Iedereen komt vrijwillig binnen, maar het is niet vrijblijvend. De risico’s zijn dus ook persoonlijk van aard en het vereist echt wel veel inzicht en kennis. Wij zien dat de verenigingen met een verenigingsmanager behoorlijk wat wind uit de zeilen wordt genomen. Hij of zij zorgt voor structureel beleid, maar daarnaast ook voor gestructureerde uitvoering. Die kan een vertaalslag maken.”

Extra hulpmiddel
De stappen die de Nevobo op het gebied van professionalisering al heeft gezet, spreken De Zwart aan. Met de Atletiekunie ambieert hij iets soortgelijks en dus vormt de volleybalbond een mooi voorbeeld. “De Nevobo heeft al een heel mooie slag in de professionalisering gemaakt, door dit traject ook financieel te ondersteunen en te laten draaien. Wij staan eigenlijk nog aan de vooravond daarvan. Zonder Clubkadercoaching zijn wij met ons kader en de opleidingen die we aanbieden ten aanzien van de professionalisering al wel heel ver. Wij zijn eigenlijk erg tevreden over hoe verenigingen alles georganiseerd hebben en leggen de nadruk op een veilige en vertrouwde sportomgeving. Het kader is daar echt de basis van. Wij hebben ons heel erg gericht op de didactische en educatieve vaardigheden binnen de opleidingen. Voor ons zou de Clubkadercoach een extra hulpmiddel kunnen zijn, maar het is geen doel op zich. Die nuance wil ik graag maken.”

Davio voegt toe: “Wat wij doen en waar we samen met de bondsraad toe besloten hebben, is breder dan uitsluitend de Clubkadercoach. De verbindende factor is het feit dat wij een professionaliseringsslag willen maken voor onze verenigingen. De Clubkadercoach is daar een welkome aanvulling op, maar het is niet hetzelfde.”

Behoefte en ambitie
Met de financiering op orde en met duidelijkheid over het belang van de professional, zijn er volgens de Nevobo drie profielen waarbinnen de professional vervolgens kan passen, afhankelijk van de ambitie en het profiel van de vereniging. “Er is de technische lijn, die lijkt het meest op de Clubkadercoach”, legt Davio uit. “Deze gaat over het ontwikkelen van beleid en ervoor zorgen dat er pedagogisch-didactisch geschoolde mensen voor de groepen staan. Mijn beeld is dat de opleidingsgraad van atletiektrainers en -coaches redelijk hoog is. Dat is anders dan bij onze volleybalsport. Als je niet oplet, staan er allemaal goedwillende ouders voor de groep. Die gooien dan alleen de bal aan in een rijtje en vinden het raar dat jeugdleden op een gegeven moment willen stoppen. Daarom is er bij ons, anders dan in de atletiek, een grote noodzaak om de kwaliteit van de trainingen en het ondersteunen van kaderontwikkeling een boost te geven. Het moet sportspecifieker en daar kan een Clubkadercoach heel goed bij helpen. Daarnaast heb je het tweede profiel, van de verenigingsmanager. Die zorgt dat de hal open is, dat het net hangt, dat er ballen liggen en dat er iemand is die het kan begeleiden. Het derde en laatste profiel gaat veel meer over een commercieel manager die zich bezighoudt met fondsen, commerciële partijen, partnerships en verbinding met de omgeving.”

“Uiteindelijk bepaalt een vereniging zelf welk profiel zij aantrekkelijk vindt”, vult Kramer aan. “Om daarover te kunnen beslissen, moet een club een eigen visie ontwikkelen. Dat is lastig, maar ook een heel goede oefening. Het werkgeverschap dat je als vereniging op je neemt bij zo’n professional, ongeacht zijn of haar profiel, is eng. Maar als je die stap eenmaal hebt gezet, zie je vooral een grote glimlach op de gezichten bij de club.”

Positieve trend
“Ik ben wel blij om te horen dat je veel meer moet luisteren naar waar behoefte aan is en daarop moet inspelen”, aldus De Zwart. “Als je kijkt naar het technisch en didactische aspect, hebben wij het heel goed staan. Er zijn vierduizend mensen die jaarlijks opleidingen bij ons volgen. Het zit bij ons veel meer in het managen van de clubs. We hebben verenigingen met 1.800 man, maar ook loopclubs met vijftig leden. Die hebben verschillende behoeften. Wat ik nog heel lastig vind: Hebben de Clubkadercoach en al die verenigingen dezelfde belangen? Het antwoord zou natuurlijk ‘ja’ moeten zijn. Onze ervaring met de Clubkadercoach is wel dat, doordat-ie bij meerdere verenigingen in de regio komt, de trainers bij elkaars verenigingen gaan trainen. Zonder Clubkadercoach was dat nooit gebeurd. Zo’n Clubkadercoach boven alle partijen heeft dus absoluut een meerwaarde, er liggen alleen wel wat barrières die nog overwonnen moeten worden. Daar werken we aan. Het gaat mij vooral om mensen verantwoord in beweging te krijgen en te houden. Kinderen moeten de mogelijkheid hebben om te sporten waar en wanneer ze willen. Die openheid, dat gezamenlijke belang, zou altijd bovenaan moeten staan.”

Daarin is wel nog flink wat winst te behalen, want veel sportverenigingen willen vooral zo veel mogelijk leden werven. Davio concludeert dan ook dat je de ontwikkeling van het kader en de vereniging er niet zomaar even bij doet. Het vergt simpelweg aandacht en tijd. “In dat proces van kader- en clubontwikkeling is de Clubkadercoach een positieve trend. Wij proberen daar dan ook continuïteit in te vinden via een professional of een fantastisch florerende technische commissie. Dat is onze overtuiging, want besturen wisselen ook. En voor je het weet, zit iedereen in een rondje te praten.”

mouse_down_1.png (copy)

“De kwetsbaarheid van de ontwikkeling van de sport is tevens de kracht”

Guido Davio

“Een professional laat de vrijwilligers beter functioneren omdat hij of zij de vrijwilligers ontlast”

Ard Kramer

“Het verhogen van contributie is in de atletiekwereld toch een beetje als vloeken in de kerk”

Pieke de Zwart

“Het verhogen van contributie is in de atletiekwereld toch een beetje als vloeken in de kerk”

Pieke de Zwart

knvb_ren_van_baren_.png (copy2)
knvb_ren_van_baren_.png (copy)
knvb_ren_van_baren_.png (copy1)

“Het gaat er vooral om mensen verantwoord in beweging te krijgen en te houden”

De Nevobo is relatief ver met ontwikkelingen op het gebied van professionalisering en trainersbegeleiding. De Atletiekunie wil soortgelijke stappen zetten, maar zoekt hierin nog naar de juiste manier. Atletiekunie-directeur Pieke de Zwart, Nevobo-directeur Guido Davio en Ard Kramer, voorzitter van eredivisieclub VCN en bondsraadslid bij de Nevobo, gingen met elkaar in gesprek over Clubkadercoaching, de financiering van een professional en het inspelen op de behoeften van verenigingen.

De Nevobo is relatief ver met ontwikkelingen op het gebied van professionalisering en trainersbegeleiding. De Atletiekunie wil soortgelijke stappen zetten, maar zoekt hierin nog naar de juiste manier. Atletiekunie-directeur Pieke de Zwart, Nevobo-directeur Guido Davio en Ard Kramer, voorzitter van eredivisieclub VCN en bondsraadslid bij de Nevobo, gingen met elkaar in gesprek over Clubkadercoaching, de financiering van een professional en het inspelen op de behoeften van verenigingen.

Atletiekunie en Nevobo – creatief denken in cofinanciering van bonden

“Het gaat er vooral om mensen verantwoord in beweging te krijgen en te houden”

vlak1.png

BONDEN EZINE #1

Clubkadercoach

arrow_right_red.png

Davio trapt af namens de Nevobo. In 2011 begon de volleybalbond met een strategie waarin naar talentontwikkeling en evenementen werd gekeken. “Met name bij de evenementen zijn we gestart met het maken van verbinding naar de breedtesport. We namen onze verenigingen vanaf dat moment mee in de organisatie. Wat daar kwetsbaar in werd, is dat de verwachtingen en eisen die men stelt aan een sportvereniging, omhoog gingen. Ook aan de kwaliteit en flexibiliteit werden steeds meer eisen gesteld. Tot dan toe gebeurde dat bij ons namelijk nog zoals we in 1850 onze verenigingen inrichtten: ‘Gefeliciteerd, jouw kind gaat sporten en oh ja, jij bent vanaf nu trainer/coach van dit team.’”

Hogere verwachtingen en eisen voor volleybalverenigingen: de Nevobo besloot het niet te zien als een moeilijke opgave, maar als een kansrijke uitdaging. “We dachten: de kwetsbaarheid van de ontwikkeling van de sport, is tevens de kracht”, aldus Davio. “Het fundament is nog steeds gebaseerd op hoe mensen in hun vrije tijd waarde toevoegen aan een vereniging. Wij hebben de overtuiging dat trainer/coach echt een vak is om mensen iets bij te brengen, maar de randvoorwaarden om mensen aan je te blijven binden, worden dus ook steeds belangrijker. Toch liep het daar, zeker in middelgrote en kleine verenigingen, vast. Zij hadden daar hulp bij nodig. Die vicieuze cirkel moesten we doorbreken en daarom zijn we het professionaliseringstraject ingegaan. We maakten de professionaliseringsslag volgens het adagium ‘gympen binnen de lijnen, voeten in het zand’. Dat is namelijk waar het gebeurt, waar je het verschil echt maakt.”

Contributieverhoging
Als voorzitter van VCN en bondsraadslid was Kramer betrokken bij de volgende stap in het professionaliseringstraject van de Nevobo: een contributieverhoging van 2,50 euro voor iedereen die lid is of wordt van de bond. Met deze structurele investering kan de Nevobo lokaal bijdragen aan het aanstellen van de professionals. “Contributieverhoging is best een lastig onderwerp”, geeft Kramer toe. “Het is ook wel interessant om te zien hoe groot de angst en het wantrouwen was. Een verhoging van 2,50 euro moet je zeker niet bagatelliseren, maar het is een relatief laag bedrag dat wij ook inzichtelijk hebben gemaakt. Een professional laat de vrijwilligers beter functioneren omdat hij of zij de vrijwilligers ontlast. Daarnaast kan de professional bij uitstek de vrijwilliger meer aandacht geven, waardoor de vrijwilliger meer uren rondloopt op de vereniging en gaat verbinden. Dat zie je gewoon gebeuren en is letterlijk onbetaalbaar. Je creëert ruimte binnen je vereniging middels een professional, op een gebied dat jij nodig vindt: bestuurlijke ondersteuning, het trainen van je trainers of vrijwilligersbeleid, bijvoorbeeld. Om dat te realiseren, kun je dan een extra investering krijgen. Dat vind ik een heel aansprekende filosofie.”

Transparante afspraken
“Als voorzitter van een volleybalvereniging zit ik zelf in zo’n traject”, gaat Kramer verder. “We moeten onze visie en ambities duidelijk verwoorden. Als we dat doen, bestaat de kans om een gedeeltelijke financiële ondersteuning vanuit de Nevobo te krijgen. Ook bij gemeenten of sponsors liggen heel veel mogelijkheden om gelden los te maken, maar er moet dan wel tijd en kennis zijn om dat te realiseren. Een professional die je binnenhaalt, moet er ook wel op gericht zijn om zichzelf terug te verdienen. Daar is de tijd en gelegenheid voor, iets dat niet geldt voor het vrijwilligerschap.”

Om verenigingen het belang van een professional en dus een structurele financiering duidelijk te maken, maakt de Nevobo hier heldere en transparante afspraken over. “De angst vanuit de leden, en die begrijp ik heel goed, is: Waar gaat dat geld dan heen?”, beschrijft Davio. “Gaat de directeur niet in zijn eentje in een grotere kamer zitten? Wordt die auto van hem niet steeds groter? Dat gaat niet gebeuren en daar rapporteren wij separaat over. We zijn best wel kritisch, willen weten over het plan en hoe er per vereniging wordt geïnvesteerd. We hebben inmiddels een ton geïnvesteerd in het collectief en dat rendeert nu naar 260.000 euro. Daar hebben we echt de tijd voor genomen. Dat is prettig en maakt de verantwoording naar de bondsraad toe gemakkelijker.”

Vloeken in de kerk
De zoektocht naar een structurele financiering voor professionalisering, speelt niet alleen bij de volleybalbond. Het verhogen van de contributie is en blijft vaak een discussiepunt. Ook de Atletiekunie ziet dat hier nog hobbels te nemen zijn. Ondanks de geslaagde opzet van de Nevobo, voelt het verhogen van contributie in de atletiekwereld volgens De Zwart toch een beetje als vloeken in de kerk. “Dat wordt bij ons wel een issue, terwijl er bij verenigingen wel behoefte is om een professionaliseringsslag te slaan”, vertelt hij. “We hebben een aantal voorbeelden van clubs die heel succesvol en effectief zijn, maar ook een sterke voorkeur hebben om het in eigen hand te houden. De financierbaarheid daarvan is nog wel een pittige opdracht.”

Benieuwd naar de mogelijkheden is De Zwart echter zeker wel. “Wij zijn gezegend met behoorlijk sterke verenigingen en proberen die verenigingen zo veel mogelijk vrij te laten. We leggen nauwelijks wat op en zijn er om te faciliteren, te ondersteunen en om onze sport te dienen. Het maakt me wel nieuwsgierig, omdat we die verenigingen echt verder willen professionaliseren en omdat we zien dat er steeds meer op de vrijwilligers en bestuurders afkomt. Iedereen komt vrijwillig binnen, maar het is niet vrijblijvend. De risico’s zijn dus ook persoonlijk van aard en het vereist echt wel veel inzicht en kennis. Wij zien dat de verenigingen met een verenigingsmanager behoorlijk wat wind uit de zeilen wordt genomen. Hij of zij zorgt voor structureel beleid, maar daarnaast ook voor gestructureerde uitvoering. Die kan een vertaalslag maken.”

Extra hulpmiddel
De stappen die de Nevobo op het gebied van professionalisering al heeft gezet, spreken De Zwart aan. Met de Atletiekunie ambieert hij iets soortgelijks en dus vormt de volleybalbond een mooi voorbeeld. “De Nevobo heeft al een heel mooie slag in de professionalisering gemaakt, door dit traject ook financieel te ondersteunen en te laten draaien. Wij staan eigenlijk nog aan de vooravond daarvan. Zonder Clubkadercoaching zijn wij met ons kader en de opleidingen die we aanbieden ten aanzien van de professionalisering al wel heel ver. Wij zijn eigenlijk erg tevreden over hoe verenigingen alles georganiseerd hebben en leggen de nadruk op een veilige en vertrouwde sportomgeving. Het kader is daar echt de basis van. Wij hebben ons heel erg gericht op de didactische en educatieve vaardigheden binnen de opleidingen. Voor ons zou de Clubkadercoach een extra hulpmiddel kunnen zijn, maar het is geen doel op zich. Die nuance wil ik graag maken.”

Davio voegt toe: “Wat wij doen en waar we samen met de bondsraad toe besloten hebben, is breder dan uitsluitend de Clubkadercoach. De verbindende factor is het feit dat wij een professionaliseringsslag willen maken voor onze verenigingen. De Clubkadercoach is daar een welkome aanvulling op, maar het is niet hetzelfde.”

Behoefte en ambitie
Met de financiering op orde en met duidelijkheid over het belang van de professional, zijn er volgens de Nevobo drie profielen waarbinnen de professional vervolgens kan passen, afhankelijk van de ambitie en het profiel van de vereniging. “Er is de technische lijn, die lijkt het meest op de Clubkadercoach”, legt Davio uit. “Deze gaat over het ontwikkelen van beleid en ervoor zorgen dat er pedagogisch-didactisch geschoolde mensen voor de groepen staan. Mijn beeld is dat de opleidingsgraad van atletiektrainers en -coaches redelijk hoog is. Dat is anders dan bij onze volleybalsport. Als je niet oplet, staan er allemaal goedwillende ouders voor de groep. Die gooien dan alleen de bal aan in een rijtje en vinden het raar dat jeugdleden op een gegeven moment willen stoppen. Daarom is er bij ons, anders dan in de atletiek, een grote noodzaak om de kwaliteit van de trainingen en het ondersteunen van kaderontwikkeling een boost te geven. Het moet sportspecifieker en daar kan een Clubkadercoach heel goed bij helpen. Daarnaast heb je het tweede profiel, van de verenigingsmanager. Die zorgt dat de hal open is, dat het net hangt, dat er ballen liggen en dat er iemand is die het kan begeleiden. Het derde en laatste profiel gaat veel meer over een commercieel manager die zich bezighoudt met fondsen, commerciële partijen, partnerships en verbinding met de omgeving.”

“Uiteindelijk bepaalt een vereniging zelf welk profiel zij aantrekkelijk vindt”, vult Kramer aan. “Om daarover te kunnen beslissen, moet een club een eigen visie ontwikkelen. Dat is lastig, maar ook een heel goede oefening. Het werkgeverschap dat je als vereniging op je neemt bij zo’n professional, ongeacht zijn of haar profiel, is eng. Maar als je die stap eenmaal hebt gezet, zie je vooral een grote glimlach op de gezichten bij de club.”

Positieve trend
“Ik ben wel blij om te horen dat je veel meer moet luisteren naar waar behoefte aan is en daarop moet inspelen”, aldus De Zwart. “Als je kijkt naar het technisch en didactische aspect, hebben wij het heel goed staan. Er zijn vierduizend mensen die jaarlijks opleidingen bij ons volgen. Het zit bij ons veel meer in het managen van de clubs. We hebben verenigingen met 1.800 man, maar ook loopclubs met vijftig leden. Die hebben verschillende behoeften. Wat ik nog heel lastig vind: Hebben de Clubkadercoach en al die verenigingen dezelfde belangen? Het antwoord zou natuurlijk ‘ja’ moeten zijn. Onze ervaring met de Clubkadercoach is wel dat, doordat-ie bij meerdere verenigingen in de regio komt, de trainers bij elkaars verenigingen gaan trainen. Zonder Clubkadercoach was dat nooit gebeurd. Zo’n Clubkadercoach boven alle partijen heeft dus absoluut een meerwaarde, er liggen alleen wel wat barrières die nog overwonnen moeten worden. Daar werken we aan. Het gaat mij vooral om mensen verantwoord in beweging te krijgen en te houden. Kinderen moeten de mogelijkheid hebben om te sporten waar en wanneer ze willen. Die openheid, dat gezamenlijke belang, zou altijd bovenaan moeten staan.”

Daarin is wel nog flink wat winst te behalen, want veel sportverenigingen willen vooral zo veel mogelijk leden werven. Davio concludeert dan ook dat je de ontwikkeling van het kader en de vereniging er niet zomaar even bij doet. Het vergt simpelweg aandacht en tijd. “In dat proces van kader- en clubontwikkeling is de Clubkadercoach een positieve trend. Wij proberen daar dan ook continuïteit in te vinden via een professional of een fantastisch florerende technische commissie. Dat is onze overtuiging, want besturen wisselen ook. En voor je het weet, zit iedereen in een rondje te praten.”