vlak1.png

BONDEN EZINE #1

Clubkadercoach

Nevobo

“Een beter trainerskader werkt aantrekkelijk, het enthousiasmeert”

Volleybalvereniging Apollo 8 is bezig aan haar derde seizoen in de Eredivisie. Eén van de ambities van de vereniging is om actief te blijven op het hoogste nationale niveau. Het neerzetten van een goede jeugdopleiding is daarbij van groot belang, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een professional zou uitkomst bieden. Apollo 8, de gemeente Borne en de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) gingen met elkaar in gesprek over hun eigen én gedeelde belangen bij de aanstelling van een professional. Het leidde tot een succesvolle, structurele samenwerking.

arrow_right_red.png (copy)
vball.png (copy)
tandwiel.png (copy)

BONDEN EZINE #1

ClubKaderCoach

shutterstock_572229046.jpg

Gemma Tenniglo is Beleidsmedewerker Sport bij de gemeente Borne. Ze houdt zich bezig met zowel accommodatiebeheer als de sportstimulering in de wijk. “Wij streven naar een leven lang sport en bewegen voor onze inwoners”, legt zij uit. “Om dat te bereiken, hebben we sterke, professionele, vitale sportverenigingen nodig. Dat is een voorwaarde om mensen zo lang mogelijk te laten deelnemen aan sport.”

Eén van die sportverenigingen in Borne is Apollo 8. Vriendschap, trots en ambitie vormen de kernwaarden voor de volleybalvereniging, die met zeshonderd leden tot de grotere volleybalclubs van het land behoort. “Tot onze ambities behoort ook het spelen in de Eredivisie, onder andere door een nog betere jeugdopleiding neer te zetten”, aldus Martin Reesink, voorzitter van Apollo 8. “Over die ambitie zijn we in gesprek gegaan met de Nevobo en vervolgens met de gemeente Borne. Zij proefden allebei ons enthousiasme, maar ook onze behoefte aan iemand die onze jeugdopleiding op een goede manier vormgeeft. Iemand die onze trainers kan begeleiden en die zowel sporttechnisch als pedagogisch en didactisch een bepaald opleidingsniveau weet uit te rollen.”

Structureel meebetalen
Reesink schetst het profiel van de clubkadercoach: een buurtsportcoach of andere professional die trainers van verenigingen helpt, door hen structureel op te leiden en te begeleiden. Zij hebben kennis van sport, maar zijn ook in pedagogisch-didactisch opzicht bekwaam. Peter van Tarel, manager sportontwikkeling bij de Nevobo, licht toe: “Als je de jeugdopleiding van een vereniging wil versterken, dan kun je bijna niet anders dan investeren in het trainerskader. Je hebt het dan over iemand die al die beginnende trainers, vaak vrijwilligers, beter kan maken. Als bond hebben wij samen met Apollo 8 een plan opgesteld en besloten we om garant te staan voor een deel van de financiering van de professional. Wij betalen niet tijdelijk mee, maar structureel. Dat maakt het gesprek tussen ons en Apollo 8 al een stuk gemakkelijker, maar óók het gesprek tussen Apollo 8 en de gemeente Borne. Met onze toezegging voor een financiële garantie vraag je als vereniging aan de gemeente ‘doe je mee?’, in plaats van ‘kun je ons helpen?’. Dat is nét even anders, maar daardoor ontstaat er wel eerder een samenwerking. Dat is in Borne heel goed gelukt.”

Nu zowel de gemeente Borne, als Apollo 8, als de Nevobo het eens waren over het belang van iemand binnen de vereniging die de trainers begeleidt én de noodzaak van een financiële bijdrage, werden de handen ineen geslagen. De gemeente Borne en Apollo 8 kwamen een betalingsregeling overeen waarin de gemeente veertig procent van de kosten voor de professional op zicht neemt, en Apollo 8 zestig procent. Tenniglo: “Het kostenplaatje is natuurlijk groot. Het is nogal een verschil of iemand trainingen verzorgt voor hoogstens een vrijwilligersvergoeding of voor tientallen euro’s per uur. Met deze regeling verkleinden we voor Apollo 8 de eerste stap naar verbetering van het trainerskader. Zo vervullen wij onze behoefte om professionele, vitale sportverenigingen in Borne te realiseren, de behoefte van Apollo 8 aan professionele begeleiding binnen de vereniging en de behoefte van de Nevobo om haar clubs te versterken. Dat zijn mooie, gedeelde belangen.”

Vereniging als werkgever
Bij de aanstelling van trainersbegeleiding komen naast de financiering nog een hoop andere zaken kijken. Als vereniging ben je namelijk ineens werkgever geworden, want je neemt iemand in dienst. Dat is best een grote stap. De positionering van de professional binnen de vereniging is daarbij van groot belang, aldus Van Tarel. “Je betaalt iemand voor werk waarvan sommige vrijwilligers zullen zeggen dat zij er net zoveel tijd en moeite insteken. Als je de positionering en de aansturing van zo iemand binnen de vereniging niet goed regelt, loop je het risico dat hij of zij het afvoerputje wordt van alledaagse bezigheden en klusjes op de club. Bij Apollo 8 hebben ze dat hartstikke goed opgevangen. Ze hebben iemand uit het bestuur aangewezen als verantwoordelijke voor de aansturing en de borging van de professional. Zij is een soort leidinggevende en fungeert als aanspreekpunt.” Reesink voegt toe: “Voor haar reguliere baan regelt zij de personeelszaken. Vanuit die rol is zij bekend met interne communicatie en de juiste functieomschrijving, dus zij weet hoe ze met een professional als werknemer moet omgaan.”

Voor de juiste positionering is niet alleen het regelen van goed werkgeverschap van belang, ook de zichtbaarheid van de professional is volgens Tenniglo essentieel. Leden en vrijwilligers moeten de professional daadwerkelijk zien en tegenkomen op de vereniging. “Als de professional er alleen overdag is, wanneer er weinig getraind wordt en er weinig mensen op de vereniging zijn, roept dat vraagtekens op. Hij of zij staat namelijk wel op de begroting. Vooral als je iemand van buitenaf aanstelt, die nog niet bekend is met de vereniging en die langere tijd nodig heeft om te wennen, wordt het een lastig verhaal. Bij Apollo 8 is het positief dat de professional al afkomstig is uit het volleybal en daardoor snel haar weg kon vinden.”

Sportgeneriek versus sportspecifiek
Met de volleybalachtergrond van de professional stipt Tenniglo een aspect aan dat voor alle drie de betrokkenen een grote rol speelt. De lat voor de pedagogische en didactische vaardigheden van trainers ligt tegenwoordig erg hoog, maar het is net zo goed belangrijk dat de professional over bovengemiddelde kennis van volleybaltechnieken beschikt. “Bij de Nevobo zien we echt de meerwaarde van iemand met sportspecifieke kennis”, beaamt Van Tarel. “Het clubkadercoachproject van NOC*NSF wordt ingestoken met de gedachte dat de clubkadercoach bij een volleybalvereniging niet per se iemand met een volleybalachtergrond hoeft te zijn. Wij denken juist dat die combinatie heel sterk is, maar vanuit praktisch oogpunt is dat niet altijd haalbaar.”

In de praktijk is het inderdaad niet altijd even gemakkelijk om een clubkadercoach met sportspecifieke kennis bij een vereniging te plaatsen. Een gemeente is er voor al haar verenigingen en kan niet aan elke sportclub een professional met sportspecifieke kennis toewijzen, tenzij de professional toevallig een achtergrond heeft in die specifieke sport. “Als gemeente hebben wij vanuit het ministerie recht op een bepaalde hoeveelheid buurtsportcoaches”, verklaart Tenniglo. “Wij moeten vervolgens zorgen voor een goede verdeling. Wie zetten we bijvoorbeeld in bij jeugdproblematiek en beweging voor ouderen, wie moet zich richten op het bewegingsonderwijs en wie kiezen we om verenigingen als Apollo 8 te versterken? In Borne hebben we buurtsportcoaches die sportgeneriek zijn opgeleid. Zij hebben een ALO-achtergrond en kunnen zowel een volleybal-, als een hockey-, als een handbaltraining geven, maar bij een bepaald niveau houdt het op. Apollo 8 wil volleybaltalent ontwikkelen. Als je dat wil doen, moet je een professional hebben die specifiek kennis heeft van het volleybal, iemand die weet wat volleybal op het allerhoogste niveau vraagt. Dan moet je echt de taal spreken en daarom is het mooi dat de professional van Apollo 8 al uit het volleybal komt. Dat vinden Martin, Peter en ik allemaal erg waardevol.”

Rokende schoorsteen<
Door te investeren in het trainerskader breng je als vereniging een balletje aan het rollen. De trainers worden kwalitatief beter en dat zorgt weer voor ledenbehoud, voor meer inkomsten en voor voldoende vrijwilligers. Mensen zijn immers bereid om te betalen voor kwaliteit. “Als je een rokende schoorsteen wil hebben, moet je een goede basis neerzetten”, vertelt Reesink. “Een beter trainerskader werkt aantrekkelijk, het enthousiasmeert. Het zorgt er niet alleen voor dat je leden beter leren volleybalen, maar ook dat ze er meer plezier aan beleven. Training geven is echt een vak, je moet er diploma’s en talent voor hebben. Met een professional leg je het fundament voor een sterkere vereniging, maar zoiets kost wel geld. Op basisscholen worden docenten ook betaald voor het onderwijs dat zij geven, want goed onderwijs is belangrijk. Voor het welzijn van Nederland zijn verenigingen cruciaal, want daar sport men en beleeft men plezier, dus zet daar alsjeblieft ook een bekwaam iemand neer.”

Samenwerking van bonden
Nu Apollo 8 een professional in dienst heeft en merkt wat het oplevert, groeit de behoefte om de huidige samenwerking in stand te houden. Het idee van de clubkadercoach is dat deze gedurende één of twee seizoenen de vereniging ondersteunt bij het opzetten en inbedden van trainersbegeleiding. Idealiter zou de trainersbegeleiding naderhand kunnen worden overgenomen door anderen binnen de vereniging, maar op korte termijn acht Reesink dat nog niet haalbaar. “Bij zo’n grote vereniging als Apollo 8 heb je gewoon een professional nodig. Als je ziet hoeveel trainers wij op een bepaald niveau moeten hebben… Zonder professional zou het als een kaartenhuis weer in elkaar zakken. Daarom wil ik heel graag door met de afspraken zoals we die nu gemaakt hebben. Met de Nevobo hebben we daar al over gesproken, met de gemeente Borne wil ik dat gesprek weer aangaan. Ik vind ook dat de sportbonden gezamenlijk op zouden moeten trekken om samenwerkingsverbanden als deze, tussen een bond, een gemeente en een vereniging, vaker te kunnen realiseren.”

Van Tarel sluit zich daar volledig bij aan. “Bonden hebben de verantwoordelijkheid om hun clubs te helpen bij het vormgeven van trainersbegeleiding. Die verantwoordelijk gaat verder dan alleen vertellen hoe een vereniging het zou kunnen aanpakken. Ik vind dat bonden moeten investeren om hun clubs daadwerkelijk te versterken, om die professional ook structureel te borgen in het beleid. Waar de ALO-opleidingen en de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het kader in het bewegingsonderwijs, zijn wij als sportbonden verantwoordelijk voor de kwaliteit van onze sportclubs en onze sport. Voor de grote bonden is dat gemakkelijker dan voor de kleine bonden, maar gezamenlijk kunnen we dat realiseren.”

mouse_down_1.png (copy1)
vlak1.png (copy)

BONDEN EZINE #1

ClubKaderCoach

shutterstock_758363353.jpg
vball.png (copy1)
vball.png (copy1)

“Wij streven naar een leven lang sport en bewegen voor onze inwoners”

Gemma Tenniglo,
Gemeente Borne

“Bij de Nevobo zien we echt de meerwaarde van een Clubkadercoach met sportspecifieke kennis”

Peter van Tarel,
Manager sportontwikkeling Nevobo

nevobo_apollo-borne-nevobo_-_peter_van_tarel_kopie_ren.png

“Als je een rokende schoorsteen wilt hebben, moet je een goede basis neerzetten”

Martin Reesink,
Voorzitter Apollo 8

nevobo_apollo-borne-nevobo_-_martin_reesink_kopie_ren.png

“Een beter trainerskader werkt aantrekkelijk, het enthousiasmeert”

Volleybalvereniging Apollo 8 is bezig aan haar derde seizoen in de Eredivisie. Eén van de ambities van de vereniging is om actief te blijven op het hoogste nationale niveau. Het neerzetten van een goede jeugdopleiding is daarbij van groot belang, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een professional zou uitkomst bieden. Apollo 8, de gemeente Borne en de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) gingen met elkaar in gesprek over hun eigen én gedeelde belangen bij de aanstelling van een professional. Het leidde tot een succesvolle, structurele samenwerking.

tandwiel.png (copy)
vlak1.png

BONDEN EZINE #1

Clubkadercoach

Volleybalvereniging Apollo 8 is bezig aan haar derde seizoen in de Eredivisie. Eén van de ambities van de vereniging is om actief te blijven op het hoogste nationale niveau. Het neerzetten van een goede jeugdopleiding is daarbij van groot belang, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een professional zou uitkomst bieden. Apollo 8, de gemeente Borne en de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo) gingen met elkaar in gesprek over hun eigen én gedeelde belangen bij de aanstelling van een professional. Het leidde tot een succesvolle, structurele samenwerking.

Nevobo

“Een beter trainerskader werkt aantrekkelijk, het enthousiasmeert”

arrow_right_red.png (copy1)

Gemma Tenniglo is Beleidsmedewerker Sport bij de gemeente Borne. Ze houdt zich bezig met zowel accommodatiebeheer als de sportstimulering in de wijk. “Wij streven naar een leven lang sport en bewegen voor onze inwoners”, legt zij uit. “Om dat te bereiken, hebben we sterke, professionele, vitale sportverenigingen nodig. Dat is een voorwaarde om mensen zo lang mogelijk te laten deelnemen aan sport.”

Eén van die sportverenigingen in Borne is Apollo 8. Vriendschap, trots en ambitie vormen de kernwaarden voor de volleybalvereniging, die met zeshonderd leden tot de grotere volleybalclubs van het land behoort. “Tot onze ambities behoort ook het spelen in de Eredivisie, onder andere door een nog betere jeugdopleiding neer te zetten”, aldus Martin Reesink, voorzitter van Apollo 8. “Over die ambitie zijn we in gesprek gegaan met de Nevobo en vervolgens met de gemeente Borne. Zij proefden allebei ons enthousiasme, maar ook onze behoefte aan iemand die onze jeugdopleiding op een goede manier vormgeeft. Iemand die onze trainers kan begeleiden en die zowel sporttechnisch als pedagogisch en didactisch een bepaald opleidingsniveau weet uit te rollen.”

Structureel meebetalen
Reesink schetst het profiel van de clubkadercoach: een buurtsportcoach of andere professional die trainers van verenigingen helpt, door hen structureel op te leiden en te begeleiden. Zij hebben kennis van sport, maar zijn ook in pedagogisch-didactisch opzicht bekwaam. Peter van Tarel, manager sportontwikkeling bij de Nevobo, licht toe: “Als je de jeugdopleiding van een vereniging wil versterken, dan kun je bijna niet anders dan investeren in het trainerskader. Je hebt het dan over iemand die al die beginnende trainers, vaak vrijwilligers, beter kan maken. Als bond hebben wij samen met Apollo 8 een plan opgesteld en besloten we om garant te staan voor een deel van de financiering van de professional. Wij betalen niet tijdelijk mee, maar structureel. Dat maakt het gesprek tussen ons en Apollo 8 al een stuk gemakkelijker, maar óók het gesprek tussen Apollo 8 en de gemeente Borne. Met onze toezegging voor een financiële garantie vraag je als vereniging aan de gemeente ‘doe je mee?’, in plaats van ‘kun je ons helpen?’. Dat is nét even anders, maar daardoor ontstaat er wel eerder een samenwerking. Dat is in Borne heel goed gelukt.”

Nu zowel de gemeente Borne, als Apollo 8, als de Nevobo het eens waren over het belang van iemand binnen de vereniging die de trainers begeleidt én de noodzaak van een financiële bijdrage, werden de handen ineen geslagen. De gemeente Borne en Apollo 8 kwamen een betalingsregeling overeen waarin de gemeente veertig procent van de kosten voor de professional op zicht neemt, en Apollo 8 zestig procent. Tenniglo: “Het kostenplaatje is natuurlijk groot. Het is nogal een verschil of iemand trainingen verzorgt voor hoogstens een vrijwilligersvergoeding of voor tientallen euro’s per uur. Met deze regeling verkleinden we voor Apollo 8 de eerste stap naar verbetering van het trainerskader. Zo vervullen wij onze behoefte om professionele, vitale sportverenigingen in Borne te realiseren, de behoefte van Apollo 8 aan professionele begeleiding binnen de vereniging en de behoefte van de Nevobo om haar clubs te versterken. Dat zijn mooie, gedeelde belangen.”

Vereniging als werkgever
Bij de aanstelling van trainersbegeleiding komen naast de financiering nog een hoop andere zaken kijken. Als vereniging ben je namelijk ineens werkgever geworden, want je neemt iemand in dienst. Dat is best een grote stap. De positionering van de professional binnen de vereniging is daarbij van groot belang, aldus Van Tarel. “Je betaalt iemand voor werk waarvan sommige vrijwilligers zullen zeggen dat zij er net zoveel tijd en moeite insteken. Als je de positionering en de aansturing van zo iemand binnen de vereniging niet goed regelt, loop je het risico dat hij of zij het afvoerputje wordt van alledaagse bezigheden en klusjes op de club. Bij Apollo 8 hebben ze dat hartstikke goed opgevangen. Ze hebben iemand uit het bestuur aangewezen als verantwoordelijke voor de aansturing en de borging van de professional. Zij is een soort leidinggevende en fungeert als aanspreekpunt.” Reesink voegt toe: “Voor haar reguliere baan regelt zij de personeelszaken. Vanuit die rol is zij bekend met interne communicatie en de juiste functieomschrijving, dus zij weet hoe ze met een professional als werknemer moet omgaan.”

Voor de juiste positionering is niet alleen het regelen van goed werkgeverschap van belang, ook de zichtbaarheid van de professional is volgens Tenniglo essentieel. Leden en vrijwilligers moeten de professional daadwerkelijk zien en tegenkomen op de vereniging. “Als de professional er alleen overdag is, wanneer er weinig getraind wordt en er weinig mensen op de vereniging zijn, roept dat vraagtekens op. Hij of zij staat namelijk wel op de begroting. Vooral als je iemand van buitenaf aanstelt, die nog niet bekend is met de vereniging en die langere tijd nodig heeft om te wennen, wordt het een lastig verhaal. Bij Apollo 8 is het positief dat de professional al afkomstig is uit het volleybal en daardoor snel haar weg kon vinden.”

Sportgeneriek versus sportspecifiek
Met de volleybalachtergrond van de professional stipt Tenniglo een aspect aan dat voor alle drie de betrokkenen een grote rol speelt. De lat voor de pedagogische en didactische vaardigheden van trainers ligt tegenwoordig erg hoog, maar het is net zo goed belangrijk dat de professional over bovengemiddelde kennis van volleybaltechnieken beschikt. “Bij de Nevobo zien we echt de meerwaarde van iemand met sportspecifieke kennis”, beaamt Van Tarel. “Het clubkadercoachproject van NOC*NSF wordt ingestoken met de gedachte dat de clubkadercoach bij een volleybalvereniging niet per se iemand met een volleybalachtergrond hoeft te zijn. Wij denken juist dat die combinatie heel sterk is, maar vanuit praktisch oogpunt is dat niet altijd haalbaar.”

In de praktijk is het inderdaad niet altijd even gemakkelijk om een clubkadercoach met sportspecifieke kennis bij een vereniging te plaatsen. Een gemeente is er voor al haar verenigingen en kan niet aan elke sportclub een professional met sportspecifieke kennis toewijzen, tenzij de professional toevallig een achtergrond heeft in die specifieke sport. “Als gemeente hebben wij vanuit het ministerie recht op een bepaalde hoeveelheid buurtsportcoaches”, verklaart Tenniglo. “Wij moeten vervolgens zorgen voor een goede verdeling. Wie zetten we bijvoorbeeld in bij jeugdproblematiek en beweging voor ouderen, wie moet zich richten op het bewegingsonderwijs en wie kiezen we om verenigingen als Apollo 8 te versterken? In Borne hebben we buurtsportcoaches die sportgeneriek zijn opgeleid. Zij hebben een ALO-achtergrond en kunnen zowel een volleybal-, als een hockey-, als een handbaltraining geven, maar bij een bepaald niveau houdt het op. Apollo 8 wil volleybaltalent ontwikkelen. Als je dat wil doen, moet je een professional hebben die specifiek kennis heeft van het volleybal, iemand die weet wat volleybal op het allerhoogste niveau vraagt. Dan moet je echt de taal spreken en daarom is het mooi dat de professional van Apollo 8 al uit het volleybal komt. Dat vinden Martin, Peter en ik allemaal erg waardevol.”

Rokende schoorsteen<
Door te investeren in het trainerskader breng je als vereniging een balletje aan het rollen. De trainers worden kwalitatief beter en dat zorgt weer voor ledenbehoud, voor meer inkomsten en voor voldoende vrijwilligers. Mensen zijn immers bereid om te betalen voor kwaliteit. “Als je een rokende schoorsteen wil hebben, moet je een goede basis neerzetten”, vertelt Reesink. “Een beter trainerskader werkt aantrekkelijk, het enthousiasmeert. Het zorgt er niet alleen voor dat je leden beter leren volleybalen, maar ook dat ze er meer plezier aan beleven. Training geven is echt een vak, je moet er diploma’s en talent voor hebben. Met een professional leg je het fundament voor een sterkere vereniging, maar zoiets kost wel geld. Op basisscholen worden docenten ook betaald voor het onderwijs dat zij geven, want goed onderwijs is belangrijk. Voor het welzijn van Nederland zijn verenigingen cruciaal, want daar sport men en beleeft men plezier, dus zet daar alsjeblieft ook een bekwaam iemand neer.”

Samenwerking van bonden
Nu Apollo 8 een professional in dienst heeft en merkt wat het oplevert, groeit de behoefte om de huidige samenwerking in stand te houden. Het idee van de clubkadercoach is dat deze gedurende één of twee seizoenen de vereniging ondersteunt bij het opzetten en inbedden van trainersbegeleiding. Idealiter zou de trainersbegeleiding naderhand kunnen worden overgenomen door anderen binnen de vereniging, maar op korte termijn acht Reesink dat nog niet haalbaar. “Bij zo’n grote vereniging als Apollo 8 heb je gewoon een professional nodig. Als je ziet hoeveel trainers wij op een bepaald niveau moeten hebben… Zonder professional zou het als een kaartenhuis weer in elkaar zakken. Daarom wil ik heel graag door met de afspraken zoals we die nu gemaakt hebben. Met de Nevobo hebben we daar al over gesproken, met de gemeente Borne wil ik dat gesprek weer aangaan. Ik vind ook dat de sportbonden gezamenlijk op zouden moeten trekken om samenwerkingsverbanden als deze, tussen een bond, een gemeente en een vereniging, vaker te kunnen realiseren.”

Van Tarel sluit zich daar volledig bij aan. “Bonden hebben de verantwoordelijkheid om hun clubs te helpen bij het vormgeven van trainersbegeleiding. Die verantwoordelijk gaat verder dan alleen vertellen hoe een vereniging het zou kunnen aanpakken. Ik vind dat bonden moeten investeren om hun clubs daadwerkelijk te versterken, om die professional ook structureel te borgen in het beleid. Waar de ALO-opleidingen en de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het kader in het bewegingsonderwijs, zijn wij als sportbonden verantwoordelijk voor de kwaliteit van onze sportclubs en onze sport. Voor de grote bonden is dat gemakkelijker dan voor de kleine bonden, maar gezamenlijk kunnen we dat realiseren.”