Bron: Jelle Jolles, adviesrapport aan KNGU 2021 ‘De jonge sporter en zijn ontplooiing’.

Over ‘het gevoel van competentie’ nog het volgende: houd voor ogen dat dat gevoel verandert door de hele adolescentie heen. Dat is het gevolg van het feit dat de persoon zich fysiek nog sterk ontwikkelt (voor de meeste jongeren geldt: tot ruim na het twintigste jaar) maar dat dit ook van toepassing is op zijn cognitieve, sociale en emotionele functioneren. Samen zijn dit de vier dimensies van het functioneren en deze kunnen nog sterk veranderen over de loop van een aantal jaren. Een vijftienjarige die een positief gevoel heeft over zijn competenties (‘ja, ik ben nu behoorlijk goed en bijna de beste van de club’) kan op het zeventiende jaar daar een stuk negatiever over zijn omdat de leeftijdsgenoten fysiek en sportief meer gegroeid zijn dan hij/zij.

5
5.1 Een ander onderdeel binnen de pedagogische visie is het geven van het gevoel van competentie. Hiervoor bespreek je bijvoorbeeld als trainer-coach samen met een sporter waar zijn/haar verbeterpunten en kwaliteiten liggen. Vanaf welke leeftijd is dit ook voor een sporter te begrijpen en te beantwoorden? Wanneer heeft een kind een goed beeld van zichzelf?

Aanbeveling

Voor het omgaan met feedback en kritiek is een voorspoedige ontwikkeling van de vaardigheid van ‘zelfevaluatie’ belangrijk. Dat gebeurt vooral vanaf de leeftijdsperiode van de vroege adolescentie. In die periode bestaan wel grote individuele verschillen. Sommige jongeren zijn daarin al redelijk vaardig vanaf het elfde jaar, andere pas enkele jaren later.

Toelichting

Wat de beste manier is om verbeterpunten te bespreken met de jonge sporter en hoe je het beste kunt overleggen over zijn kwaliteiten, hangt samen met wat in de eerdere vragen is beschreven in termen van individuele verschillen. Hierbij gaat het vooral om de ontwikkeling van zelfevaluatie/zelfinzicht en van de zelfregulatie. Houd er rekening mee dat sommige twaalfjarigen al uitstekend in staat zijn om te begrijpen wat de trainer-coach zegt en wat hij of zij daarmee bedoelt, terwijl er veertien- tot vijftienjarigen zijn voor wie dat nog niet geldt.

Meisjes staan gewoonlijk veel meer open voor de interventie, het advies en de begeleiding door de trainer-coach dan even oude jongens. Jongens en meisjes hebben daarin een wat andere benadering nodig. Dat hangt mede samen met de rol van de peer groep: die is voor jongens en meiden wat anders. Begeleiden in het gevoel van competentie, en bespreken van verbeterpunten en kwaliteiten heeft zin als de speler a) de aandacht kan opbrengen om naar de opmerkingen van de trainer-coach te luisteren en b) de taal begrijpt van de trainer-coach, c) inziet wat de trainer-coach wil overbrengen, wat de bedoeling is. Ik zie het als een taak voor de trainer-coach om te werken aan de ontwikkeling van zelfinzicht, empathie en zelfregulatie omdat deze helpen in de ontwikkeling van de persoon van de jonge sporter. Daarmee sturen ze ook diens sportieve prestaties.