Helmich

Scorebordjournalistiek

387

Ladderpuzzel

Bridge is een geluksspel. Gelukkig maar, want anders – als altijd de beste deelnemer zou winnen – zouden we er allemaal allang mee zijn gestopt. Regelmatig gebeurt het dat een bieding of speelwijze die tegen de kansen is, toch goed uitpakt. Het omgekeerde komt uiteraard ook voor: wie is er nooit down gegaan in uitstekende manche, doordat alle snits mis zaten en ook de troeven nog scheef? Pech, roep je dan.

Sportwedstrijden worden achteraf vaak alleen beoordeeld op de uitslag. Oud-voetbaltrainer Co Adriaanse muntte hiervoor de briljante term scorebordjournalistiek. Topbridgers proberen dit te vermijden en telkens de actie te kiezen die op lange termijn punten zal opleveren. Wel is het belangrijk om goede en slechte spellen te blijven evalueren. Daarom vraag ik de experts om raad bij handen uit de recente praktijk waarbij ik mijn vraagtekens heb bij de winnende actie.

spel
1

♠ H V 9 8 5 2

5

H B 6 4 3

♣ 10

Zuid gever | Allen kwetsbaar | Viertallen

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

1♠

6

50%

100

3♠

2

1%

80

4♠

1

3%

70

pas

1

5%

60

2♠

24%

40

2

11%

40

rest

5%

0

West

Noord

Oost

Zuid

-

-

-

?

Een derde van de inzenders opent op tweeniveau, maar in het panel vindt dat geen weerklank. Met de bijzondere verdeling heeft je hand veel speelkracht als je in een redelijke fit terechtkomt.

Van den Bos: “3♠. Kwetsbaar is dat normaal gesproken een zevenkaart, maar deze kaart is echt te sterk voor een opening op tweeniveau.”

3♠ lijkt er dus al meer op. Maar Merijn Groenenboom vindt ook dat maar niks: “1♠. Preëmptief openen met een sterke tweede kleur is geen aanrader. Gelukkig is deze hand vanwege de shape net sterk genoeg voor een één-opening.”

Borm: “1♠. Slechts 9 punten maar zuids hand voldoet aan de regel van twintig. De zesde schoppen kun je niet aangeven als je vanuit de verdediging biedt. Bovendien kun je er kwetsbaar maar beter snel bijzijn.”

Kennelijk overweegt Borm om te passen. Om te bepalen of een hand sterk genoeg is voor een opening op éénniveau is de regel van twintig een hulpmiddel. Je telt je punten op bij je aantal kaarten in de langste twee kleuren. Hier kom je dus uit op 9 + 6 + 5 = 20. Een opening.

Helmich: “3♠. Dat belooft kwetsbaar wel wat, dus hopelijk vindt partner het 4♠-bod als de manche er voor ons inzit. Eén-openingen met aasloze negenpunters zijn niet mijn stijl.”

Het voordeel van openen op éénniveau is dat je mogelijk nog de gelegenheid krijgt om ook je ruitenkleur aan te bieden. Met preëmptief openen neem je een voorschot op schoppen als troefkleur en dat werkt weer goed als de tegenpartij een manche of slem kan halen. Een zwakke twee is vlees noch vis.

Ter Laare: “4♠.”

Marco ter Laare staat erom bekend dat hij met een 6-5 altijd op vierniveau opent. Dat is een methode die in de jaren ’90 heel populair was en bekend stond als de regel van elf. Soms pakt die stijl geweldig uit, soms tref je een ongeschikte dummy en dan loopt het in de papieren; daarom sprak men schertsend van ‘de regel van 1100’. Een paar panelleden noemen 4♠ als optie, maar vinden het toch te gevaarlijk.

Bruijnsteen: “1♠, hoewel ik ook begrip heb voor 4♠.”

Winkel en Van Delft: “1♠. Met andere kwetsbaarheid is 4♠ prima, maar kwetsbaar zou ik dat niet graag doen.”

In praktijk zat ik west en opende mijn tegenstander wel 4♠. Een schot in de roos, omdat ik met een sterke hand niet veel meer kon doen dan doubleren; aan het winnende 5♣ werd niet geroken. En met als dummy ♠ B 10 3  B 10 9 8  A 9 5 2 ♣ B 9 was ook 4♠ maken niet lastig.

Ons nevenpaar begon met 1♠ en toen lag de weg naar 5♣ voor oost-west open.

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

1SA

7

16%

100

dbl

2

41%

80

2

1

35%

60

pas

3%

50

rest

5%

0

West

Noord

Oost

Zuid

1

pas

pas

?

♠ A 8 7 6

H V 2

A B 7 6 2

♣ 5

spel
2

West gever | Noord-zuid kwetsbaar | Viertallen

Als de tegenpartij op laag niveau uitpast, weet je dat de puntentallen van beide partijen ongeveer in evenwicht zijn. Daarom wordt bieden in de uitpaspositie ook wel balancen genoemd. Dat betekent dat je minder punten nodig hebt voor een bod of doublet dan in directe positie. 1SA is geen 15-17 meer, maar zwakker. Maar over wat de puntenrange precies is, zijn de geleerden het niet eens.

Winkel: “1SA. In de vierde hand is dat 13-16 punten, heb ik ooit geleerd.”

Ter Laare: “1SA, dat belooft in de vierde hand 10-14 punten.”

Hoe dan ook voldoet de probleemhand qua puntenaantal. Ook heb je een hartendekking, maar een evenwichtige verdeling heb je niet. Geen probleem voor de meeste experts.

Van den Bos en Groenenboom: “1SA. Niet de ideale verdeling, maar beter dan de alternatieven. Hopelijk komen we nog in een schoppenfit.”

Bruijnsteen: “1SA, dat is een klein leugentje, want ik ben niet gebalanceerd, maar 2 belooft een zeskaart of een betere kleur.”

Het mag duidelijk zijn dat de experts niet gecharmeerd zijn van een 2-volgbod op slechts AB762. Een uitzondering vormt Rotterdammer Jacco Hop: “Mijn kleur is slecht, maar 2 voorkomt dat de openaar 2♣ kan bieden en bereidt me beter voor op het verdere bieden dan doublet of 1SA.”

Frans Borm en Peter IJsselmuiden noemen nog een ander alternatief.

Borm: “Doublet. Op éénhoogte tegenspelen loont niet als de leider een vijfkaart heeft. 2♣ of 3♣ bij partner valt te verwachten, maar dat kan ik in ruiten veranderen zonder het niveau te verhogen. Het doublet neemt de kans mee op een schoppenfit.”

IJsselmuiden: “Doublet, gevolgd door 2 als partner 2♣ biedt.”

De meeste panelleden blijken aan dat biedverloop een andere betekenis te hechten.

Van Delft: “Het liefst zou je nu doubleren en op 2♣ met 2 vervolgen, maar bij mij belooft dat helaas overwaarde. Dan blijven 2 en 1SA over. Ik doe 1SA, zo is het makkelijker om je 4-4 schoppenfit te ontdekken en van die ruitens word ik niet zo vrolijk.”

Dat laatste is een mooie samenvatting.

Er is bij balancen op éénniveau nog een andere overweging. Al als junior leerde ik – door schade en schande – dat als je tegen één-hoog het bieden openhoudt met een singleton in de andere hoge kleur, het risico groot is dat ze in die kleur alsnog fit vinden; dan kunnen ze soms veel slagen maken. Je houdt als het ware de bal in het spel voor de tegenpartij.

In praktijk was er iets vergelijkbaars aan de hand. Na 1-pas-pas-1SA herbood west 3♣ en bereikten oost-west 5♣. Met grote klaverenfit plus een singleton harten in de dummy was dat onverliesbaar. Een bedrijfsongevalletje, 1 laten spelen is me te defaitistisch.

♠ H 2

A V B 9 5

B 4

♣ A H 10 9

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

4

5

3%

100

4♣

3

18%

80

5♠

1

15%

70

4♠

1

27%

60

4SA

46%

40

6♠

1%

30

rest

7%

0

West

Noord

Oost

Zuid

-

1♠

pas

2

pas

2♠

pas

3♣

pas

3♠

pas

?

spel
3

Noord gever | Allen kwetsbaar | Viertallen

Bij de inzenders is 4SA het meest populair. Onder divisiespelers heeft dat bod echter een natuurlijke betekenis, een hand met zeer korte schoppens en een goede ruitenstop, te sterk voor 3SA (kwantitatief).

Als je wilt azenvragen om naar een schoppenslem te gaan, doe je eerst een bod dat de schoppenkleur vaststelt en daarna kun je alsnog 4SA bieden.

IJsselmuiden: “4♣, dat moet wel een controlebod voor schoppen zijn. Liever had ik over 2♠ vervolgd met 2SA, dat schept meer ruimte en duidelijkheid over schoppen als speelsoort.”

Winkel: “4♣, dat moet onderhand voor de schoppen zijn.”

Bruijnsteen: “4♣, dat hebben Doris en ik afgesproken als controle. Zonder afspraken is 4♣ echter vragen om problemen, dan zou ik dus 4 bieden. Dat belooft geen controle, maar wel een goede hand voor schoppenslem.”

Van Delft: “4. Van 4♣ is het onduidelijk of het een controlebod is dat de schoppenkleur vaststelt. Daarom durf ik dat niet aan en kies voor een bod dat ondubbelzinnig interesse in een schoppenslem aangeeft. Dat ik geen ruitencontrole heb is maar jammer.”

Als Doris en Merel samen op een lijn zitten, is de coach tevreden. Tot zover de 4♣-bieders.

Groenenboom en Hop: “4. 4♣ zou natuurlijk zijn, dus 4 belooft een slempoging in schoppen.”

Zuid moet iets kunnen bieden als hij een extreem tweekleurenspel heeft, dus dit standpunt is erg begrijpelijk.

Dat vindt ook Berend van den Bos: “4. Zonder bijzondere afspraak is 4♣ nog steeds natuurlijk.”

De vraag is echter of je niet ten onrechte partners zorgen over de ruitenkleur wegneemt. Daarom kiest Frans Borm voor een ander bod: “5♠. Afzwaaien in 4♠ kan winnend zijn, maar het is me te rigoureus. Noord kan best ♠AV10xxx Hx Hxx ♣xx hebben. Omdat ik 4 heb nagelaten voordat ik hem steunde, vraagt 5♠ om een ruitencontrole.”

Noord kan nog wel meer hebben dan de hand die Frans noemt. Zelfs 7♠ zou nog in beeld kunnen zijn als partner echt de perfecte plaatjes heeft.

Bij gebrek aan ruimte voor controlebiedingen in alle kleuren is het niet gek om 4 als algemene poging voor een schoppenslem te spelen. Of spreek je af dat na het tweemaal herhalen van een kleur die kleur als troefkleur vaststaat? Zoals wel vaker is het het belangrijkst om duidelijke afspraken te maken in je partnership. Neem jij deze situatie met je partner door?

*4♣ = splinter: sterke kaart met 4krt en singleton of renonce klaveren

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

4

8

45%

100

4♠

1

11%

70

4SA

1

11%

60

4

30%

60

5

1%

50

rest

2%

0

West

Noord

Oost

Zuid

-

-

-

pas

pas

1

pas

1

pas

4♣*

pas

?

spel
4

♠ H V 7 5

10 8 6 5

6

♣ A B 9 3

Zuid gever | Oost-west kwetsbaar | Viertallen

Een splinter vraagt partner om punten in die kleur af te waarderen. Punten in de ruiten- en troefkleur worden meer waard. Hoewel al zuids punten in de zwarte kleuren zitten, is hij maximaal. Daarom kan een keertje meewerken aan het slemonderzoek geen kwaad, vinden de panelleden.

Groenenboom en Winkel: “4. Met vier kleine troeven is voorzichtigheid geboden. Uiteraard heb ik wel een maximale hand voor een voorpas, dus genoeg voor een positief geluid.”

In een dergelijke situatie is 4 niet op de eerste plaats een ruitencontrole, maar meer een kwantitatief bod: te veel voor 4, te weinig om zelf over 4 heen te gaan. De Amerikanen noemen dat Last Train: het laatste veilige bod onder de manche.

Bruijnsteen en Van Delft: “4, ik heb een hartstikke goede kaart in dit biedverloop, dus ik doe een keer mee. Ik twijfel of ik over 4nog door wil gaan, dan kan ik beter geen 4 bieden, maar 4♠, maar ik denk dat ik toch net te weinig heb met maar vier troeven.”

Regeren is vooruitzien. Merel en Doris twijfelen erover of zuid niet te veel heeft om te volstaan met één slempoginkje. Als je vindt van wel, is het slimmer om meteen hoger te bieden. Twee experts doen dat.

Hop: “4♠. Met maar een 4-4-fit cue ik geen kortheid in partners kleur en ik heb wel zo’n maximum dat ik niet in 4 wil afstoppen.”

Ter Laare: “4SA, RKC Blackwood.”

4SA heeft het voordeel dat je meteen achter al partners nuttige plaatjes kunt komen, maar als het er te weinig zijn (5♠ als twee keycards plus troefvrouw) kom je wel te hoog.

In praktijk had partner een bizarre hand: ♠ A  A 9 4 3 2  H V B 8 7 5 2 ♣ -. Na een positief geluid van zuid was noord niet meer uit slem te houden. Het is kennelijk te moeilijk voor zuid om te beseffen dat al zijn plaatjes waardeloos zijn en de troeven het probleem.

♠ A B 7 3

7 5 3 2

9 2

♣ A 4 2

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

9

5

22%

100

♠x

3

45%

90

♠A

1

0%

70

5

1

1%

70

7

4%

50

♣x

25%

30

West

Noord

Oost

Zuid

1

pas

1

pas

1♠

pas

3SA

pas

pas

pas

spel
5

Wat is je uitkomst?

West gever | Noord-zuid kwetsbaar | Viertallen

De meeste inzenders kiezen voor een start in een zwarte kleur, maar de experts kiezen in meerderheid voor één van de rode kleuren.

Van Delft en Bruijnsteen: “9. Ik start het liefst de tweede kleur van de dummy, maar schoppenstart vind ik te gewaagd. Dat is misschien goed, maar lijkt vooral de leider te gaan helpen. Ik wil ook niet in de hartenvork spelen en klaveren ziet er helemaal niet uit. Dan maar ruiten, bij gebrek aan beter.”

Als je uitkomstkleuren één voor één afstreept, is het van belang dat je dat in de juiste volgorde doet.

Borm: “5. Met  B 9 op tafel en  V 10 8 bij partner, blokkeert de kleur, maar ik heb twee entrees. Het alternatief is 9 want onder azen start ik niet en ♠A is me te speculatief.”

De kans dat 7 op dit spel een slag wordt is groter dan dat je de loterij wint en bovendien mag je altijd dromen. Het nadeel is wel dat je de leider voorlopig helpt met het nemen van de hartensnit.

Groenenboom: “9. Ik heb niet het gevoel dat we snel slagen moeten ontwikkelen. Dan probeer ik vooral niet de negende slag weg te geven. Met schoppen- of klaverenstart is dat risico te groot.”

Topspelers zoals Merijn starten steeds vaker passief, zeker tegen sanscontracten. Computeranalyse heeft uitgewezen dat deze strategie de meeste punten oplevert. Maar is hier een passieve start wel zo aantrekkelijk? En als je dan passief uitkomt, kun je dan niet beter voor harten gaan?

Gelukkig zitten er nog een paar avonturiers in het panel.

Winkel en Ter Laare: “♠3. Niet omdat ik dit er aantrekkelijk vind uitzien, maar de rest ziet er nog slechter uit.”

Hop: “♠A. Het ziet er somber voor ons uit en dit zou leuk kunnen uitpakken, bijvoorbeeld als er een plaatje-sec bij de leider zit of als de dummy vrouw-tien heeft. Dan doet de leider die vast fout.”

Helmich: “♠3. Ik las een toernooiverslag in een magazine en daarin werd schoppenstart als vanzelfsprekend beschouwd. Ik start niet graag onder azen vandaan en ruitenstart leek me aanvankelijk logischer, maar ook dat maakt soms iets bij partner kapot. Bovendien wil ik niet te passief uitkomen nu ik ongunstige plaatjes lijk te hebben. Als de leider een harten- of klaverensnit moet nemen, gaat dat waarschijnlijk goed voor hem.

In praktijk had de dummy ♠H8xx, partner ♠V9x en leider ♠Tx, dus een kleine schoppen was de enige manier om drie schoppenslagen te maken. Bij nader inzien denk ik dus dat schoppenstart de beste downkansen biedt tegenover een partner met maximaal een punt of zes.”

Frans Borm

Berend van den Bos

Merel Bruijnsteen

Doris van Delft

Merijn Groenenboom

Jacco Hop

Peter IJsselmuiden

Marco Ter Laare

Marcel Winkel

Aarnout Helmich

1

2

3

4

5

1♠

dbl

5♠

4

5

3♠

1SA

4

4

9

1♠

1SA

4♣

4

9

1♠

1SA

4

4

9

1♠

1SA

4

4

9

pas

2

4

4♠

♠A

1♠

dbl

4♣

4

9

4♠

1SA

4♠

4SA

♠3

1♠

1SA

4♣

4

♠3

3♠

1SA

4

4

♠3

De keuze van de experts

Ladderpuzzel op internet

Lezers kunnen zich meten met een panel van experts. Door in te zenden, stijg je op de ladder. Dat doe je via www.bridge.nl/ladderpuzzels/. Daar vind je ook de stand van de ladder, de prijswinnaars en nieuwe opgaven.

Bij elke verschijning van een e-zine ontvangen twee inzenders die de top van de ladder hebben bereikt elk vijftig euro. Zij beginnen daarna weer onderaan. De twee bridgers die goed waren voor de beste inzending, ontvangen beiden tien euro.

Hier vind je de bespreking van de spellen van Ladderpuzzel 386. In het volgende e-zine, dat verschijnt op 28 november 2025, wordt Ladderpuzzel 387 besproken.

Helmich

Scorebord-journalistiek

387

Ladderpuzzel

Actie

Experts

Inzending-en (in %)

Score

1♠

6

50%

100

3♠

2

1%

80

4♠

1

3%

70

pas

1

5%

60

2♠

24%

40

2

11%

40

rest

5%

0

West

Noord

Oost

Zuid

-

-

-

?

♠ H V 9 8 5 2

5

H B 6 4 3

♣ 10

spel
1

Een derde van de inzenders opent op tweeniveau, maar in het panel vindt dat geen weerklank. Met de bijzondere verdeling heeft je hand veel speelkracht als je in een redelijke fit terechtkomt.

Van den Bos: “3♠. Kwetsbaar is dat normaal gesproken een zevenkaart, maar deze kaart is echt te sterk voor een opening op tweeniveau.”

3♠ lijkt er dus al meer op. Maar Merijn Groenenboom vindt ook dat maar niks: “1♠. Preëmptief openen met een sterke tweede kleur is geen aanrader. Gelukkig is deze hand vanwege de shape net sterk genoeg voor een één-opening.”

Borm: “1♠. Slechts 9 punten maar zuids hand voldoet aan de regel van twintig. De zesde schoppen kun je niet aangeven als je vanuit de verdediging biedt. Bovendien kun je er kwetsbaar maar beter snel bijzijn.”

Kennelijk overweegt Borm om te passen. Om te bepalen of een hand sterk genoeg is voor een opening op éénniveau is de regel van twintig een hulpmiddel. Je telt je punten op bij je aantal kaarten in de langste twee kleuren. Hier kom je dus uit op 9 + 6 + 5 = 20. Een opening.

Helmich: “3♠. Dat belooft kwetsbaar wel wat, dus hopelijk vindt partner het 4♠-bod als de manche er voor ons inzit. Eén-openingen met aasloze negenpunters zijn niet mijn stijl.”

Het voordeel van openen op éénniveau is dat je mogelijk nog de gelegenheid krijgt om ook je ruitenkleur aan te bieden. Met preëmptief openen neem je een voorschot op schoppen als troefkleur en dat werkt weer goed als de tegenpartij een manche of slem kan halen. Een zwakke twee is vlees noch vis.

Ter Laare: “4♠.”

Marco ter Laare staat erom bekend dat hij met een 6-5 altijd op vierniveau opent. Dat is een methode die in de jaren ’90 heel populair was en bekend stond als de regel van elf. Soms pakt die stijl geweldig uit, soms tref je een ongeschikte dummy en dan loopt het in de papieren; daarom sprak men schertsend van ‘de regel van 1100’. Een paar panelleden noemen 4♠ als optie, maar vinden het toch te gevaarlijk.

Bruijnsteen: “1♠, hoewel ik ook begrip heb voor 4♠.”

Winkel en Van Delft: “1♠. Met andere kwetsbaarheid is 4♠ prima, maar kwetsbaar zou ik dat niet graag doen.”

In praktijk zat ik west en opende mijn tegenstander wel 4♠. Een schot in de roos, omdat ik met een sterke hand niet veel meer kon doen dan doubleren; aan het winnende 5♣ werd niet geroken. En met als dummy ♠ B 10 3  B 10 9 8  A 9 5 2 ♣ B 9 was ook 4♠ maken niet lastig.

Ons nevenpaar begon met 1♠ en toen lag de weg naar 5♣ voor oost-west open.

Bridge is een geluksspel. Gelukkig maar, want anders – als altijd de beste deelnemer zou winnen – zouden we er allemaal allang mee zijn gestopt. Regelmatig gebeurt het dat een bieding of speelwijze die tegen de kansen is, toch goed uitpakt. Het omgekeerde komt uiteraard ook voor: wie is er nooit down gegaan in uitstekende manche, doordat alle snits mis zaten en ook de troeven nog scheef? Pech, roep je dan.

Sportwedstrijden worden achteraf vaak alleen beoordeeld op de uitslag. Oud-voetbaltrainer Co Adriaanse muntte hiervoor de briljante term scorebordjournalistiek. Topbridgers proberen dit te vermijden en telkens de actie te kiezen die op lange termijn punten zal opleveren. Wel is het belangrijk om goede en slechte spellen te blijven evalueren. Daarom vraag ik de experts om raad bij handen uit de recente praktijk waarbij ik mijn vraagtekens heb bij de winnende actie.

Zuid gever | Allen kwetsbaar | Viertallen

Actie

Experts

Inzending-en (in %)

Score

1SA

7

16%

100

dbl

2

41%

80

2

1

35%

60

pas

3%

50

rest

5%

0

West

Noord

Oost

Zuid

1

pas

pas

?

Als de tegenpartij op laag niveau uitpast, weet je dat de puntentallen van beide partijen ongeveer in evenwicht zijn. Daarom wordt bieden in de uitpaspositie ook wel balancen genoemd. Dat betekent dat je minder punten nodig hebt voor een bod of doublet dan in directe positie. 1SA is geen 15-17 meer, maar zwakker. Maar over wat de puntenrange precies is, zijn de geleerden het niet eens.

Winkel: “1SA. In de vierde hand is dat 13-16 punten, heb ik ooit geleerd.”

Ter Laare: “1SA, dat belooft in de vierde hand 10-14 punten.”

Hoe dan ook voldoet de probleemhand qua puntenaantal. Ook heb je een hartendekking, maar een evenwichtige verdeling heb je niet. Geen probleem voor de meeste experts.

Van den Bos en Groenenboom: “1SA. Niet de ideale verdeling, maar beter dan de alternatieven. Hopelijk komen we nog in een schoppenfit.”

Bruijnsteen: “1SA, dat is een klein leugentje, want ik ben niet gebalanceerd, maar 2 belooft een zeskaart of een betere kleur.”

Het mag duidelijk zijn dat de experts niet gecharmeerd zijn van een 2-volgbod op slechts AB762. Een uitzondering vormt Rotterdammer Jacco Hop: “Mijn kleur is slecht, maar 2 voorkomt dat de openaar 2♣ kan bieden en bereidt me beter voor op het verdere bieden dan doublet of 1SA.”

Frans Borm en Peter IJsselmuiden noemen nog een ander alternatief.

Borm: “Doublet. Op éénhoogte tegenspelen loont niet als de leider een vijfkaart heeft. 2♣ of 3♣ bij partner valt te verwachten, maar dat kan ik in ruiten veranderen zonder het niveau te verhogen. Het doublet neemt de kans mee op een schoppenfit.”

IJsselmuiden: “Doublet, gevolgd door 2 als partner 2♣ biedt.”

De meeste panelleden blijken aan dat biedverloop een andere betekenis te hechten.

Van Delft: “Het liefst zou je nu doubleren en op 2♣ met 2 vervolgen, maar bij mij belooft dat helaas overwaarde. Dan blijven 2 en 1SA over. Ik doe 1SA, zo is het makkelijker om je 4-4 schoppenfit te ontdekken en van die ruitens word ik niet zo vrolijk.”

Dat laatste is een mooie samenvatting.

Er is bij balancen op éénniveau nog een andere overweging. Al als junior leerde ik – door schade en schande – dat als je tegen één-hoog het bieden openhoudt met een singleton in de andere hoge kleur, het risico groot is dat ze in die kleur alsnog fit vinden; dan kunnen ze soms veel slagen maken. Je houdt als het ware de bal in het spel voor de tegenpartij.

In praktijk was er iets vergelijkbaars aan de hand. Na 1-pas-pas-1SA herbood west 3♣ en bereikten oost-west 5♣. Met grote klaverenfit plus een singleton harten in de dummy was dat onverliesbaar. Een bedrijfsongevalletje, 1 laten spelen is me te defaitistisch.

♠ A 8 7 6

H V 2

A B 7 6 2

♣ 5

West gever | Noord-zuid kwetsbaar | Viertallen

spel
2

Actie

Experts

Inzending-en (in %)

Score

4

5

3%

100

4♣

3

18%

80

5♠

1

15%

70

4♠

1

27%

60

4SA

46%

40

6♠

1%

30

rest

7%

0

West

Noord

Oost

Zuid

-

1♠

pas

2

pas

2♠

pas

3♣

pas

3♠

pas

?

♠ H 2

A V B 9 5

B 4

♣ A H 10 9

Bij de inzenders is 4SA het meest populair. Onder divisiespelers heeft dat bod echter een natuurlijke betekenis, een hand met zeer korte schoppens en een goede ruitenstop, te sterk voor 3SA (kwantitatief).

Als je wilt azenvragen om naar een schoppenslem te gaan, doe je eerst een bod dat de schoppenkleur vaststelt en daarna kun je alsnog 4SA bieden.

IJsselmuiden: “4♣, dat moet wel een controlebod voor schoppen zijn. Liever had ik over 2♠ vervolgd met 2SA, dat schept meer ruimte en duidelijkheid over schoppen als speelsoort.”

Winkel: “4♣, dat moet onderhand voor de schoppen zijn.”

Bruijnsteen: “4♣, dat hebben Doris en ik afgesproken als controle. Zonder afspraken is 4♣ echter vragen om problemen, dan zou ik dus 4 bieden. Dat belooft geen controle, maar wel een goede hand voor schoppenslem.”

Van Delft: “4. Van 4♣ is het onduidelijk of het een controlebod is dat de schoppenkleur vaststelt. Daarom durf ik dat niet aan en kies voor een bod dat ondubbelzinnig interesse in een schoppenslem aangeeft. Dat ik geen ruitencontrole heb is maar jammer.”

Als Doris en Merel samen op een lijn zitten, is de coach tevreden. Tot zover de 4♣-bieders.

Groenenboom en Hop: “4. 4♣ zou natuurlijk zijn, dus 4 belooft een slempoging in schoppen.”

Zuid moet iets kunnen bieden als hij een extreem tweekleurenspel heeft, dus dit standpunt is erg begrijpelijk.

Dat vindt ook Berend van den Bos: “4. Zonder bijzondere afspraak is 4♣ nog steeds natuurlijk.”

De vraag is echter of je niet ten onrechte partners zorgen over de ruitenkleur wegneemt. Daarom kiest Frans Borm voor een ander bod: “5♠. Afzwaaien in 4♠ kan winnend zijn, maar het is me te rigoureus. Noord kan best ♠AV10xxx Hx Hxx ♣xx hebben. Omdat ik 4 heb nagelaten voordat ik hem steunde, vraagt 5♠ om een ruitencontrole.”

Noord kan nog wel meer hebben dan de hand die Frans noemt. Zelfs 7♠ zou nog in beeld kunnen zijn als partner echt de perfecte plaatjes heeft.

Bij gebrek aan ruimte voor controlebiedingen in alle kleuren is het niet gek om 4 als algemene poging voor een schoppenslem te spelen. Of spreek je af dat na het tweemaal herhalen van een kleur die kleur als troefkleur vaststaat? Zoals wel vaker is het het belangrijkst om duidelijke afspraken te maken in je partnership. Neem jij deze situatie met je partner door?

Noord gever | Allen kwetsbaar | Viertallen

spel
3

Actie

Experts

Inzending-en (in %)

Score

4

8

45%

100

4♠

1

11%

70

4SA

1

11%

60

4

30%

60

5

1%

50

rest

2%

0

*4♣ = splinter: sterke kaart met 4krt en singleton of renonce klaveren

West

Noord

Oost

Zuid

-

-

-

pas

pas

1

pas

1

pas

4♣*

pas

?

Een splinter vraagt partner om punten in die kleur af te waarderen. Punten in de ruiten- en troefkleur worden meer waard. Hoewel al zuids punten in de zwarte kleuren zitten, is hij maximaal. Daarom kan een keertje meewerken aan het slemonderzoek geen kwaad, vinden de panelleden.

Groenenboom en Winkel: “4. Met vier kleine troeven is voorzichtigheid geboden. Uiteraard heb ik wel een maximale hand voor een voorpas, dus genoeg voor een positief geluid.”

In een dergelijke situatie is 4 niet op de eerste plaats een ruitencontrole, maar meer een kwantitatief bod: te veel voor 4, te weinig om zelf over 4 heen te gaan. De Amerikanen noemen dat Last Train: het laatste veilige bod onder de manche.

Bruijnsteen en Van Delft: “4, ik heb een hartstikke goede kaart in dit biedverloop, dus ik doe een keer mee. Ik twijfel of ik over 4nog door wil gaan, dan kan ik beter geen 4 bieden, maar 4♠, maar ik denk dat ik toch net te weinig heb met maar vier troeven.”

Regeren is vooruitzien. Merel en Doris twijfelen erover of zuid niet te veel heeft om te volstaan met één slempoginkje. Als je vindt van wel, is het slimmer om meteen hoger te bieden. Twee experts doen dat.

Hop: “4♠. Met maar een 4-4-fit cue ik geen kortheid in partners kleur en ik heb wel zo’n maximum dat ik niet in 4 wil afstoppen.”

Ter Laare: “4SA, RKC Blackwood.”

4SA heeft het voordeel dat je meteen achter al partners nuttige plaatjes kunt komen, maar als het er te weinig zijn (5♠ als twee keycards plus troefvrouw) kom je wel te hoog.

In praktijk had partner een bizarre hand: ♠ A  A 9 4 3 2  H V B 8 7 5 2 ♣ -. Na een positief geluid van zuid was noord niet meer uit slem te houden. Het is kennelijk te moeilijk voor zuid om te beseffen dat al zijn plaatjes waardeloos zijn en de troeven het probleem.

spel
4

♠ H V 7 5

10 8 6 5

6

♣ A B 9 3

Zuid gever | Oost-west kwetsbaar | Viertallen

Actie

Experts

Inzendingen (in %)

Score

9

5

22%

100

♠x

3

45%

90

♠A

1

0%

70

5

1

1%

70

7

4%

50

♣x

25%

30

West

Noord

Oost

Zuid

1

pas

1

pas

1♠

pas

3SA

pas

pas

pas

♠ A B 7 3

7 5 3 2

9 2

♣ A 4 2

Wat is je uitkomst?

De meeste inzenders kiezen voor een start in een zwarte kleur, maar de experts kiezen in meerderheid voor één van de rode kleuren.

Van Delft en Bruijnsteen: “9. Ik start het liefst de tweede kleur van de dummy, maar schoppenstart vind ik te gewaagd. Dat is misschien goed, maar lijkt vooral de leider te gaan helpen. Ik wil ook niet in de hartenvork spelen en klaveren ziet er helemaal niet uit. Dan maar ruiten, bij gebrek aan beter.”

Als je uitkomstkleuren één voor één afstreept, is het van belang dat je dat in de juiste volgorde doet.

Borm: “5. Met  B 9 op tafel en  V 10 8 bij partner, blokkeert de kleur, maar ik heb twee entrees. Het alternatief is 9 want onder azen start ik niet en ♠A is me te speculatief.”

De kans dat 7 op dit spel een slag wordt is groter dan dat je de loterij wint en bovendien mag je altijd dromen. Het nadeel is wel dat je de leider voorlopig helpt met het nemen van de hartensnit.

Groenenboom: “9. Ik heb niet het gevoel dat we snel slagen moeten ontwikkelen. Dan probeer ik vooral niet de negende slag weg te geven. Met schoppen- of klaverenstart is dat risico te groot.”

Topspelers zoals Merijn starten steeds vaker passief, zeker tegen sanscontracten. Computeranalyse heeft uitgewezen dat deze strategie de meeste punten oplevert. Maar is hier een passieve start wel zo aantrekkelijk? En als je dan passief uitkomt, kun je dan niet beter voor harten gaan?

Gelukkig zitten er nog een paar avonturiers in het panel.

Winkel en Ter Laare: “♠3. Niet omdat ik dit er aantrekkelijk vind uitzien, maar de rest ziet er nog slechter uit.”

Hop: “♠A. Het ziet er somber voor ons uit en dit zou leuk kunnen uitpakken, bijvoorbeeld als er een plaatje-sec bij de leider zit of als de dummy vrouw-tien heeft. Dan doet de leider die vast fout.”

Helmich: “♠3. Ik las een toernooiverslag in een magazine en daarin werd schoppenstart als vanzelfsprekend beschouwd. Ik start niet graag onder azen vandaan en ruitenstart leek me aanvankelijk logischer, maar ook dat maakt soms iets bij partner kapot. Bovendien wil ik niet te passief uitkomen nu ik ongunstige plaatjes lijk te hebben. Als de leider een harten- of klaverensnit moet nemen, gaat dat waarschijnlijk goed voor hem.

In praktijk had de dummy ♠H8xx, partner ♠V9x en leider ♠Tx, dus een kleine schoppen was de enige manier om drie schoppenslagen te maken. Bij nader inzien denk ik dus dat schoppenstart de beste downkansen biedt tegenover een partner met maximaal een punt of zes.”

West gever | Noord-zuid kwetsbaar | Viertallen

spel
5

De keuze van de experts

Frans Borm
1♠
dbl
5♠
4♦
♥5

Berend van den Bos
3♠
1SA
4♦
4♦
♦9

Merel Bruijnsteen
1♠
1SA
4♣
4♦
♦9

Doris van Delft
1♠
1SA
4♦
4♦
♦9 

Merijn Groenenboom
1♠
1SA
4♦
4♦
♦9 

Jacco Hop
pas
2♦
4♦
4♠
♠A

Peter IJsselmuiden
1♠
dbl
4♣
4♦
♦9

Marco Ter Laare
4♠
1SA
4♠
4SA
♠3

Marcel Winkel
1♠
1SA
4♣
4♦
♠3

Aarnout Helmich
3♠
1SA
4♦
4♦
♠3

Ladderpuzzel op internet

Lezers kunnen zich meten met een panel van experts. Door in te zenden, stijg je op de ladder. Dat doe je via www.bridge.nl/ladderpuzzels/. Daar vind je ook de stand van de ladder, de prijswinnaars en nieuwe opgaven.

Bij elke verschijning van een e-zine ontvangen twee inzenders die de top van de ladder hebben bereikt elk vijftig euro. Zij beginnen daarna weer onderaan. De twee bridgers die goed waren voor de beste inzending, ontvangen beiden tien euro.

Hier vind je de bespreking van de spellen van Ladderpuzzel 386. In het volgende e-zine, dat verschijnt op 28 november 2025, wordt Ladderpuzzel 387 besproken.